3 kenmerken van jonge kinderen

1: Ongetemde natuur

Jonge kinderen (peuters, kleuters) kenmerken zich door hun ongetemde natuur. Dat wil zeggen dat hun emoties niet gemodereerd, gematigd of gecontroleerd zijn. Ze tonen hun emoties ongetemd in een natuurlijke staat. Dit zorgt ervoor dat het ‘1-ding-tegelijk-wezens’ zijn. Ze kunnen nog geen emoties mengen. Je ziet dan ook vaak een kind heel boos zijn, en een minuut later kan het weer heel vrolijk zijn. Ze zijn ook niet bezig met context en anderen. Wat je ziet is een puurheid aan emoties. Dit wordt dan ook impulsief getoond. Het gaat om wat ‘nu’ speelt, ze zijn niet bezig met de toekomst of het effect van de emotie die opkomt. Ze zien ook nog niet de ‘andere kant’ (dus nog niet bv: ik ben verdrietig maar aan de andere kant opgelucht dat de drukke verjaardag voorbij is).

Hoe komt dat?

Dit komt omdat er nog geen cognitieve dissonantie is. Ze maken nog geen ruzie met hun eigen gedachten. Discussiëren nog niet intern. Wegen nog niet verschillende kanten tegen elkaar af in hun hoofd. Nee, één ding tegelijk wordt geregistreerd. En dat wordt geuit.

Pas tegen de 5-7 jaar komt er meer vermenging van emoties, als de condities juist zijn.

Gevolg is dat je vaak peuters en kleuters ziet die intens zijn in 1 emotie, en daar niet vanaf te brengen zijn. Dat kan zo z’n uitdagingen met zich meebrengen. Het kan als star en koppig ervaren worden, niet flexibel, en leiden tot conflict met opvoeders.

Wat heeft dat met slapen te maken?

Een dreigende separatie van de primaire opvoeder geeft op deze leeftijd het proberen vast te houden van de verbinding als gedrag. Andere emoties zoals frustratie, agressie en alarm komen pas later.

Bijvoorbeeld: Een kind dat moeite heeft met afscheid bij het kinderdagverblijf of school zal in eerste instantie proberen de opvoeder dichtbij te houden (aan het been hangen, huilen om nabijheid te verkrijgen, vasthouden). Later kan dan boosheid naar boven komen (bij thuiskomst bijvoorbeeld) of alarm (moeite met naar bed gaan, huilen bij bedtijd).

Wat kan je doen?

Wat ze van ons nodig hebben is dat wij compenseren voor wat zij nog niet ontwikkeld hebben, wij moeten het cognitief tekort dat er nog is compenseren. Met andere woorden: geef meer nabijheid, meer connectie, meer nog dan gevraagd wordt. Zorg voor verzadiging zodat de verbinding als vanzelfsprekend ervaren kan worden. Pas dan komt er rust om meer los te laten.

2: Beperkt rekening houden met anderen

Een tweede kenmerk van peuters en kleuters is dat ze nog zeer beperkt rekening houden met anderen. Ze hebben nog geen benul van wat er buiten henzelf om afspeelt, houden geen rekening met anderen en als ze dat wel doen dan zien ze vaak zichzelf niet meer.

Daarin zijn ze ook erg integer en ongecompliceerd, en allesbehalve diplomatiek: ‘Nee, ik wil oma niet knuffelen want ze stinkt’. ‘Die mevrouw is dik’.

Eerlijkheid is voor hen wat in hún voordeel is i.p.v. wat voor beiden acceptabel is. Ze zien maar één perspectief.

Dit botst vaak met wat we van kinderen verlangen. We willen dat ze zich steeds jonger ‘gedragen’, rekening houden met anderen, empathisch zijn. Terwijl ze hier qua ontwikkeling niet klaar voor zijn.

Ook hier moeten we compenseren wat ze missen. De beste interventie hierbij is om het gedrag te ‘scripten’. Scripting behaviour is een hechtings-gebaseerde interventie. Vanuit de moeder gans positie ga je te werk. Vanuit verbinding met het kind (dat is het voorwerk) neem je de leiding. Daarbij vertel je op positieve wijze wat het kind in een bepaalde situatie kan doen. ‘Zó kan je de baby knuffelen’. ‘Als ik niet wil spelen dan zeg ik ……’

Denk niet dat je daarmee een kind leert generaliseren naar andere situaties. Je tackelt daarmee enkel de betreffende situatie. Maar dat is in ieder geval 1 sociale situatie…

3: Moeite met separatie

Een derde kenmerk van peuters en kleuters is hun moeite met scheiding/separatie.

Ze vinden het erg lastig om zich verbonden te blijven voelen tijdens de scheiding van voor hen belangrijke personen. Ze hebben een intense honger naar samen zijn en contact. Dit geeft angst bij scheiding of dreigende scheiding. Ze kunnen die scheiding nog niet goed aan omdat ze nog niet goed kunnen vasthouden wanneer ze van een geliefde gescheiden zijn (op dieper niveau).

Gevolg is dat na een scheiding (of dreiging van scheiding) er eerst sterk streven naar nabijheid zal zijn. Als een moeder en kind elkaar bijvoorbeeld kwijt zijn geraakt zullen beiden eerst gaan zoeken naar elkaar. Als de verbinding hersteld is komt pas frustratie (‘Waar was je nou!’ ‘Je mag nooit meer weglopen!’). Daarna komt pas alarm. Bij bedtijd durft het kind bijvoorbeeld niet te gaan slapen.

Ook hier ligt het antwoord in méér verbinding. Je wilt dat het kind zich dieper verbonden voelt zodat het zich daaraan kan vasthouden. En juist dit is moeilijk voor peuters en kleuters, omdat ze zich nog niet goed op die diepere level kunnen verbinden maar meer hechten via met name de zintuigen en het hebben van gelijkenissen (zie eerdere posts).

Wij moeten ze dus helpen om de verbondenheid vast te houden tijdens scheidingen. Dit doe je door de scheiding te overbruggen en je te richten op de volgende verbindingsmomenten. Het is van belang om je kind te laten voelen dat je er bent, altijd, ook als er een scheiding is. Er zijn betekent niet dat je nooit van je kind vandaan kunt, maar dat je naar manieren zoekt om het kind te richten op het volgende punt van samenzijn, zodat de scheiding kan worden overbrugd. Dit doen we instinctief altijd al bij volwassenen (tot ziens, ik zie je wel weer). Zeg dus niet, ‘nu moet je gaan slapen, ik wil ook gaan slapen’ etc. maar bijvoorbeeld:

  • “Ik zie je in mijn dromen”
  • “Morgen gaan we … doen.”
  • Hang een mandje op en zeg dat elke keer dat je komt kijken je er een hartje in doet. (Vullen voor je zelf naar bed gaat.)
  • Ik heb nog een knuffel in me zitten en die geef ik je later nog als je al lekker slaapt (en dat ook doen).
  • Volgende dag: “we hebben zoveel leuke dingen samen gedaan in m’n droom”.
  • Foto maken van je slapende kind en laten zien de dag erna.
  • Samen de tafel dekken in de avond voor het ontbijt.
  • Verhaal lezen en afspreken dat je het af leest in de ochtend.
  • Kusje op hoofd/hand met lippenstift in de nacht geven: “ik was bij je geweest”.
  • In slaap iets in bed leggen zodat het kind het in ochtend vindt (iets veiligs).
  • Samen kleren klaarleggen voor de volgende dag.
  • Boek uitkiezen dat je voor ontbijt leest.
  • Laten luisteren naar jouw geluiden van bv. de afwasmachine uitruimen.
  • Tijdens bedtijdritueel praten over de volgende dag.
  • Foto’s van gezin in de slaapkamer.
  • Zorg voor sensorische nabijheid (bv geur dat toch de verbinding tussen opvoeder en kind in stand houdt, bv op lakens slapen, met knuffel slapen, jouw kledingstuk meegeven in bed).
  • Geef iets van mama/papa mee naar bed (let op veiligheid) waar het kind voor moet ‘zorgen’. Dit kan een gevoel geven van een blijvende ‘verbondenheid’.

 

Wil je mij volgen?

Like en volg me op FacebookInstagram en abonneer je op de nieuwsbrief hieronder. Geen spam, enkel de nieuwe blogs boordevol tips en informatie rondom slapen en opvoeding.

Is deze blog interessant voor iemand die je kent? Deel deze blog gerust met anderen. Zie de buttons voor delen onderaan de blog.

Slaap Zoet Consuela Hendriks Gz-psycholoog Orthopedagoog Droomritmecoach Slaapcoach

Over de auteur

Consuela Hendriks is BIG-geregistreerd GZ-psycholoog, orthopedagoog en gecertificeerd slaapcoach. Ze is bijna 20 jaar werkzaam in de geestelijke gezondheidszorg. Met haar jarenlange ervaring in haar praktijk voor psychologische en pedagogische hulpverlening, diagnostiek en 1e en 2e lijnsbehandeling voor kinderen, jongeren en jongvolwassenen heeft zij veel gezinnen mogen ondersteunen bij ontwikkelings- en opvoedingsvraagstukken, waaronder slaapproblematiek. Haar expertise en ervaring ligt niet alleen op het gebied van zich 'normaal' ontwikkelende kinderen maar tevens op het gebied van kinderen met ontwikkelingsstoornissen. Klik op de foto om meer te lezen over Consuela Hendriks.

Abonneer je op de nieuwsbrief!

Bronnen:

Dr. Gordon Neufeld. 

Dr. Deborah Macnamara

Foto: Caleb Woods via Unsplash

Delen: