fbpx
Slaap Zoet blog Angst Nachtmerrie Dromen

Angst, dromen en nachtmerries en de invloed op slapen

Alle ouders krijgen er wel mee te maken. Angst, dromen en nachtmerries die het slapen van hun kind beïnvloeden. Tot op zekere hoogte is dat ook heel normaal. In deze blog leg ik uit wat angst, dromen en nachtmerries zijn en wat de invloed op slapen kan zijn.

Dromen en nachtmerries

Nachtmerries zijn zogenaamde parasomnieёn die in de REM-slaapfase kunnen optreden. Een parasomnie is een ‘slaapstoornis’ waarbij er vaak abnormale bewegingen, gedragingen, emoties, waarnemingen of dromen te zien zijn. Tijdens de REM-slaap droom je. Als een droom dusdanig angstig is (of andere negatieve emoties oproept) kan je er van wakker worden, en wordt het een nachtmerrie genoemd. Wil je meer lezen over dromen en REM-slaap, lees dan hier verder. Nachtmerries komen vaak voor en behoren tot de normale ontwikkeling. Ze komen het meest voor in de leeftijd van 5 tot 10 jaar (Schredl et al, 2009).  Chronische of frequente nachtmerries komen voor bij zo’n 2-5% van de kinderen, afhankelijk van welke studie je bekijkt (Mindell & Owens, 2015; Schredl et al, 2000; Steinsbekk et al, 2013). Nachtmerries komen vaker voor in de tweede helft van de nacht, aangezien de hoeveelheid REM-slaap dan proportioneel hoger is.

Risicofactoren/ factoren die nachtmerries kunnen uitlokken of versterken zijn:

  • Slaapgebrek
  • Stress
  • Trauma
  • Overprikkeling
  • Koorts
  • Angst (daarover straks meer)

Hebben baby’s ook dromen of nachtmerries?

Er werd lang gedacht dat baby’s niet dromen. Ik vraag me dat sterk af. Aangezien dromen kenmerkend zijn voor REM-slaap, is het niet ondenkbaar (of zelfs zeer waarschijnlijk) dat ook baby’s dromen, en dus ook nachtmerries kunnen hebben. Zij hebben namelijk veel meer REM-slaap dan volwassenen of oudere kinderen. We kunnen dit echter niet nagaan of onderzoeken, baby’s kunnen immers niet vertellen dat ze een droom of nachtmerrie hebben (gehad). Het onderzoek naar het optreden van nachtmerries is daarom ook voornamelijk gedaan vanaf de leeftijd dat een kind kan praten (en volwassen leeftijd). Daarbij komt dat veel ouders geen hulp zoeken voor nachtmerries (omdat ze tot op zekere hoogte normaal zijn) en er dus ook weinig data zijn. Maar gezien de hoeveelheid REM-slaap (50% bij pasgeborenen vergeleken met 25% bij volwassenen), bepaalde bewegingen of geluiden en het gegeven dat baby’s soms ineens huilend wakker worden tijdens de actieve slaap, geloof ik dat baby’s ook dromen, en angstige dromen kunnen hebben. Wellicht niet in dezelfde vorm en complexiteit als bij volwassenen of oudere kinderen, aangezien baby’s nog niet een zodanige hoeveelheid herinneringen en ervaringen hebben die kunnen ‘meedoen’ in hun dromen, maar ze maken wel degelijk veel mee op een dag. Al die nieuwe prikkels en informatie worden geabsorbeerd en verwerkt. Het dromen heeft daarbij mijns inziens een functie, net zoals bij volwassenen. Een droom van een baby zal misschien niet gaan over een achtervolging of een vakantie maar misschien wel over een heerlijk flesje melk dat leeg gaat of een hard geluid dat angstig maakt.

Angstige kinderen en slaaparchitectuur

Angst verandert de architectuur van slaap. Met andere woorden, de slaap wordt anders ingericht bij angst. Als je angstig bent duurt inslapen vaak langer, is de slaap minder continue (Papadimitriou, & Linkowski, 2005) en is er minder diepe NREM-slaap en meer lichte NREM-slaap, minder REM-slaap én frequentere waakmomenten tijdens het eerste stuk slaap van de nacht (Fuller et al, 1997; Rosa et al, 1983). De totale duur van slaap is ook minder lang.

Inslapen duurt langer omdat een angstig kind meer piekert en ‘rumineert’ (herhaaldelijk en langdurig denken over gevoelens en problemen), waardoor de slaap moeilijker te vatten is. Meer waken en lichter slapen komen waarschijnlijk door het verhoogde angst- en stressniveau, waardoor kinderen ‘alerter’ zijn en in minder diepe slaap kunnen komen. Als je angstig bent wordt namelijk je hypothalamus-pituitary-adrenal axis (HPA-as, hypothalamus-hypofyse-bijnier as) gestimuleerd en deze maakt cortisol aan (het stresshormoon). Kortdurend is dat geen probleem en juist nuttig en belangrijk in overleving en alertheid. Chronische angst geeft echter chronische stress en dat is niet goed voor je algehele gezondheid en ook contraproductief voor slaap.

Vicieuze cirkel

Kortom, angstige kinderen slapen minder en minder efficiënt. Angstige kinderen hebben vaak meer enge dromen of nachtmerries. En vaak zie je dan een vicieuze cirkel ontstaan:

angst geeft rumineren inslapen duurt langer slaap wordt minder efficiënt ingericht meer moeheid en slaaptekort meer angst nachtzweten, nachtmerries, nachtwaken, hyper voelen meer moeite met inslapen etc.

En zo ontstaat er een verkeerde ‘slaaphygiene’ en slaap-inefficiëntie die kan leiden tot insomnie.

Normale angst en pathologische angst

Uiteraard is het goed om normale angst van pathologische angst te onderscheiden.

Het is heel normaal dat kinderen perioden van verhoogde separatieangst (verlatingsangst) doormaken. Het is ook heel normaal dat oudere kinderen fasen doormaken waarin ze willen dat de ouder bij hen blijft bij het inslapen of angstig zijn in het midden van de nacht. Ook nachtmerries en nachtwaken zijn normale zaken in de ontwikkeling van kinderen. Vaak zijn dit fasen rondom een flinke ontwikkelingssprong of een belangrijke levensgebeurtenis, en vaak is dit van voorbijgaande aard.

Wanneer er sprake is van pathologische angst gaat het om meer persisterende zaken, waarbij je het hebt over bijvoorbeeld gegeneraliseerde angst of specifieke fobieën. Dit merk je dan vaak niet alleen rondom het slapen maar ook door de dag heen. Uitingen kunnen zijn:

  • Angst voor donker
  • Niet naar bed willen (bedtijdweerstand)
  • Veel wakker worden
  • Nachtmerries
  • Angst voorafgaand aan bedtijd
  • Uitstelgedrag
  • De ouders in de buurt willen hebben en houden
  • Bij ouders in bed willen slapen.

Goede differentiaaldiagnostiek is daarbij belangrijk. Al deze uitingen kunnen immers ook binnen het ‘normale’ vallen of symptomen zijn van andere onderliggende oorzaken zoals ontbrekende grenzen, andere onderliggende gedrags- of ontwikkelingsproblematiek of inconsistentie in ouderschap, om maar wat te noemen.

Risicofactoren voor angst

Hoewel vrijwel alle kinderen van tijd tot tijd angstig zijn,  zijn angstuitingen vaker zichtbaar als 1 of meer van de volgende risicofactoren zich voordoen:

  • Getuige zijn van trauma op tv. Onderzoek laat zien dat indirecte blootstelling aan iets traumatisch op tv kan al posttraumatische stress kan triggeren bij kwetsbare kinderen.
  • Gepest worden. Gepest worden maakt angstig, en angstig zijn maakt dat een kind meer gepest wordt.
  • Extreme verlegenheid. Deze kinderen zijn sneller teruggetrokken, maken zich meer zorgen en ervaren meer sociale angst.
  • Ontwikkelingsstoornissen zoals een Autisme Spectrum Stoornis, Syndroom van Asperger, problemen in sensorische verwerking, hoogbegaafdheid. Bij dergelijke beelden is bekend dat er hogere kans is op een comorbide angststoornis.
  • Prenatale blootstelling aan angst. Een depressie of angst bij de moeder in de zwangerschap geeft verhoogd risico op gedrags- en emotionele problemen, meer huilen en meer separatieangst.
  • Familiegeschiedenis van angst, depressie. Daarbij gaat het om een genetische component.
  • Hechtingsproblematiek (onveilige hechting). Onveilig gehechte kinderen hebben meer de neiging om te internaliseren. En internaliseren geeft weer meer kans op angst.
  • Een te overbeschermende of controlerende opvoedingsstijl. Het kind krijgt te weinig exploratiekansen en/of heeft te maken met overmatige alertheid/angst van de ouder.
  • Weinig emotionele coaching van de ouders. Kinderen ontwikkelen minder goede emotieregulatie-vaardigheden als ze hierin niet door ouders worden gecoacht.

Wat kan je doen aan dergelijke slaapproblemen?

Wanneer je met angst te maken hebt kan je het slapen beïnvloeden door de angst te behandelen, dus met strategieën die effect hebben op zelfbeeld, onafhankelijkheid, zelfvertrouwen en daarmee slaap. In mijn consulten besteed ik, als de situatie daarom vraagt, daar uitgebreid aandacht aan. Elk kind en elke (gezins-) situatie is uniek, maar om een idee te geven werk ik o.a. met:

  • Strategieën die zelfvertrouwen vergroten bij kinderen (d.m.v. leeftijdsadequate taken, fysiek spel, werken aan een groei-mindset)
  • Opvoedingsstijl (liefdevolle leeftijdsadequate grenzen stellen, werken vanuit veilige hechting en verbinding, werken aan consistentie)
  • Angstreductie-technieken (meditatie, mindfulness, relaxatietechnieken, spetherapeutische technieken, huid-op-huid contact en praktische toepassingen rondom bedtijd)
  • Emotionele coaching (emotieherkenning, -benoeming, co-regulatie)
  • Slaaphygiëne (inrichting slaapruimte, bedtijdritueel, gebruik van social stories, leesboekjes)
  • Aandacht voor angst van de ouder (dit heeft positief effect op de slaap van de ouder, mentale gezondheid van de ouder, vergroot de tolerantie van normaal slaapgedrag van het kind en vergroot de ouder-kind hechting).

Al deze zaken dragen bij aan het bewerkstelligen van een kalme en meer relaxte staat bij zowel ouder als kind, wat (in-)slapen positief beïnvloedt.

Wil je mij volgen?

Like en volg me op FacebookInstagram en abonneer je op de nieuwsbrief hieronder. Geen spam, enkel de nieuwe blogs boordevol tips en informatie rondom slapen en opvoeding.

Is deze blog interessant voor iemand die je kent? Deel deze blog gerust met anderen. Zie de buttons voor delen onderaan de pagina.

Indianenmagie Slaap Zoet

Indianenmagie

Met betrekking tot slaaphygiëne ben ik groot fan van boekjes lezen. Niet alleen voor kinderen die te maken hebben met angst of nachtmerries kunnen boekjes verhelderend zijn. In het algemeen kunnen ‘verhaaltjes’ veel zaken voorstructureren en uitleg geven aan het kind, wat herkenbaarheid en veiligheid oplevert. In het kader van nachtmerries en angst is het boekje ‘Indianenmagie’ van Blanche Ortmans en Pauline Meijer een mooi voorbeeld. Het kan worden voorgelezen voor de jongere kindjes (als ze er cognitief aan toe zijn) en oudere kindjes kunnen het zelf lezen. Het verhaal gaat op een speelse manier in op dromen, waarbij zowel fijne als boze dromen aandacht krijgen en worden erkend en genormaliseerd. Op een creatieve manier wordt er een suggestie gedaan om naar boze dromen te kijken.
Het boek is te bestellen op de website van Puur Blanche (klik op de titel of foto van het boek om naar de website te gaan). Een mooi en lief boek voor een zacht prijsje.

Slaap Zoet Consuela Hendriks Gz-psycholoog Orthopedagoog Droomritmecoach Slaapcoach

Over de auteur

Consuela Hendriks is BIG-geregistreerd GZ-psycholoog, orthopedagoog en gecertificeerd slaapcoach. Ze is bijna 20 jaar werkzaam in de geestelijke gezondheidszorg. Met haar jarenlange ervaring in haar praktijk voor psychologische en pedagogische hulpverlening, diagnostiek en 1e en 2e lijnsbehandeling voor kinderen, jongeren en jongvolwassenen heeft zij veel gezinnen mogen ondersteunen bij ontwikkelings- en opvoedingsvraagstukken, waaronder slaapproblematiek. Haar expertise en ervaring ligt niet alleen op het gebied van zich 'normaal' ontwikkelende kinderen maar tevens op het gebied van kinderen met ontwikkelingsstoornissen. Klik op de foto om meer te lezen over Consuela Hendriks.

Abonneer je op de nieuwsbrief!

Referenties:

Fuller, K. H., Waters, W. F., Binks, P. G., & Anderson, T. (1997). Generalized anxiety and sleep architecture: a polysomnographic investigation. Sleep20(5), 370-376.

Mindell, J. A., & Owens, J. A. (2015). A clinical guide to pediatric sleep: diagnosis and management of sleep problems. Lippincott Williams & Wilkins.

Papadimitriou, G. N., & Linkowski, P. (2005). Sleep disturbance in anxiety disorders. International review of psychiatry17(4), 229-236.

Rosa, R. R., Bonnet, M. H., & Kramer, M. (1983). The relationship of sleep and anxiety in anxious subjects. Biological Psychology16(1-2), 119-126.

Schredl, M., Fricke-Oerkermann, L., Mitschke, A., Wiater, A., & Lehmkuhl, G. (2009). Longitudinal study of nightmares in children: stability and effect of emotional symptoms. Child psychiatry and human development40(3), 439-449.

Steinsbekk, S., Berg-Nielsen, T. S., & Wichstrøm, L. (2013). Sleep disorders in preschoolers: prevalence and comorbidity with psychiatric symptoms. Journal of Developmental & Behavioral Pediatrics34(9), 633-641.

Delen: