Slaap Zoet Blog Huilen tranen

Huilen, tranen en slaap

Iedereen die mij en mijn werk volgt zal weten dat ik geen zogenaamde ‘laten huilen methode’ (cry it out) promoot. Niet in gecontroleerde vorm (in intervallen bij kind gaan kijken) en niet als volledige extinctie (volledig laten huilen en de deur achter je dicht trekken).

Wil dat zeggen dat ik van mening ben dat ál het huilen gestopt moet worden, dat tranen slecht zijn? Nee.

De hechtingsrelatie is van groot belang, maar dit betekent niet dat het de taak is van de ouder/opvoeder om ervoor te zorgen dat je kind nóóit huilt, of dat ál het huilen gesust zou moeten worden. Maar, wanneer is het dan wel of niet goed om je kind te laten huilen en onder welke voorwaarden?

Veilige hechting

Als resultaat van het werk van John Bowlby en Mary Ainsworth in de jaren 50 en 60 van de vorige eeuw, werd men zich steeds bewuster van het belang van de hechting tussen kind en primaire opvoeder, en de schade die overmatige scheiding kon geven. Steeds duidelijker werd dat baby’s niet té veel liefde kunnen krijgen, niet verwend kunnen worden door op hun huilen te reageren. Voor een veilige gehechtheid is het van belang zoveel mogelijk op de baby af te stemmen. Uitgesteld reageren op huilen van de baby geeft juist meer aanklampend gedrag en ‘onveilige hechting’ op de leeftijd van 1 jaar, zo toont onderzoek aan (Bell & Ainsworth, 1972). Een veilige gehechtheid helpt een baby in het reguleren van emoties en biedt een veilige basis om de wereld om zich heen te exploreren. Het gaat om een diep vertrouwen van de baby in de beschikbaarheid van de primaire opvoeder en diens reacties op de baby. Om een veilige hechting te ontwikkelen is het van belang dat de primaire opvoeder consistent en zo veel mogelijk reageert op de signalen dat het kind afgeeft om behoeften duidelijk te maken, zodat deze behoeften worden vervuld. Dit wil niet zeggen dat dit eenvoudig is. Het vergt goede afstemming op het kind en het leren herkennen van signalen.

Misattunement, rupture & repair

Onderzoek laat zien dat in veilig gehechte kinderen er 70% van tijd juist geen goede afstemming is tussen ouder en kind, zogenaamde misattunement (Tronick & Cohn, 1989) . We kunnen het niet 100% van de tijd goed hebben. Dat is ook niet het doel. Het doel is dat we streven naar optimale afstemming en als dit niet lukt dat we ‘repareren’. Als er na een dergelijke misattunement een goede reparatie is, kan de verbinding worden hersteld, en er opnieuw afgestemd worden op het kind. Zo’n misattunement  kan bijvoorbeeld zijn: Een baby huilt en de primaire opvoeder interpreteert dit als moeheid terwijl de baby eigenlijk honger heeft. De primaire opvoeder probeert de baby te laten slapen maar dit lukt niet. De reparatie zit hem er in dat de primaire opvoeder vervolgens zoekt naar andere oorzaken voor het huilen en daarbij een passende respons biedt. Door de baby te voeden kan de misattunement gerepareerd worden en de verbinding hersteld worden. Rupture & repair wordt dit genoemd.

Betekent dit dan dat een kind dan niet zou moeten mogen huilen?

Nee, dat denk ik niet. Maar ik ben wel van mening dat een jong kind niet langdurig en frequent in isolatie zou moeten huilen. Separatie van de primaire opvoeder is stressvol voor een kind, het activeert het alarmsysteem (lees daarover meer hier). Zelfs een korte scheiding van de moeder was in 9 maanden oude baby’s al genoeg om een verhoging in cortisol te laten zien (wat een indicatie is van fysiologische stress) (Gunnar et al, 1992). En ook hierbij gaat het weer om die reparatie. Een veilig gehecht kind zal na een dergelijke korte scheiding, als het herenigd wordt met de primaire opvoeder, kalmeren en toenadering zoeken tot de primaire opvoeder, die vervolgens op het kind zal reageren en afstemmen.

Langdurige en frequentie separatie

Maar gebeurt dit vaak of langdurig dan zal het lichaam langdurig cortisol blijven produceren en zal dit zogenaamde toxische stress worden. Dit kan resulteren in lange termijn veranderingen in de hersenenstructuur, met negatief effect op mentale en fysieke gezondheid (Johnson et al, 2013).

Huilen in jouw aanwezigheid

Het is goed om te weten dat het huilen van een baby ook niet altijd opgelost zal kunnen worden. Je zult niet altijd kunnen achterhalen wat de reden van de tranen is, wat de onderliggende behoefte is, ook al heb je vanalles geprobeerd. Maar je kunt er wél altijd zijn om te steunen, troost en comfort te bieden. Een kind hoeft niet in isolatie te huilen.

Ook kunnen kinderen huilen omdat ze tegen zaken aanlopen die ze anders zouden willen maar niet veranderd krijgen (bv. Je zegt ‘nee’ tegen nóg een koekje). Dit geeft frustratie. In dat geval is het juist goed dat die frustratie de vorm krijgt van verdriet en tranen, omdat dergelijke tranen een verschuiving aandienen van frustratie naar acceptatie van datgene wat niet veranderd kan worden, zodat het kind zich vervolgens kan aanpassen. Om in bewoordingen van Gordon Neufeld te spreken: huilen speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van emotionele aanpassing van het kind (Neufeld & Maté, 2013). Maar ook hierbij geldt, help het kind om deze tranen te vinden, en ondersteun die emotie door dichtbij te zijn.

Emotie mag er zijn

Emoties moeten vloeien, zoals het woord al zegt (movēre is Latijn voor bewegen). Emotie is bedoeld om iets in beweging te brengen. Zo helpen tranen van verdriet het lichaam om stress kwijt te raken. Biochemisch onderzoek laat zien dat emotionele tranen meer stresshormoon bevatten dan bijvoorbeeld tranen die je krijgt als je een ui snijdt (Frey & Langseth, 1985). Tranen zijn niet slecht, vaak voel je je opgelucht na een flinke huilbui. Maar laten we er voor zorgen dat onze kinderen hun tranen niet in afzondering hoeven te laten vloeien. Laten we in eerste instantie proberen om zoveel mogelijk af te stemmen en in te spelen op de onderliggende behoeften van onze kinderen, en als we het niet weten, laat ze niet alléén huilen maar ondersteun ze in het doorleven van de emotie.

De link met slapen

Ik zal daarom nooit adviseren om je kind te laten huilen en de deur achter je dicht te trekken. Niet voor een hele nacht, niet voor bepaalde tijdsintervallen, en ook niet voor 1 minuut. Je kunt van een kind geen zelfregulatie verwachten, dat ze van een staat waarin ze gestrest zijn (waar de separatie toe zal leiden) zichzelf naar een kalme staat kunnen brengen. Een kind is afhankelijk van co-regulatie (lees daarover meer hier en hier).

Dat dergelijke cry it out methoden werken betekent niet dat het kind geleerd heeft om zichzelf te reguleren. Veel aannemelijker is dat het kind in een zogenaamde dorsal vagal shutdown verkeert (Porges, 2011). Het autonome zenuwstelsel zal als gevolg van de voortdurende en overweldigende stress als gevolg van de separatie het lichaam willen beschermen, een evenwicht willen herstellen, waarbij het in een soort totale shutdown komt. En daarbij is het niet eens zo dat het kind dan per definitie slaapt.

Moraal van het verhaal

Kinderen hebben ons nodig, ze zijn ontworpen om afhankelijk van ons te zijn, voor lange tijd! Het (slaap-)gedrag van kinderen is in de meeste gevallen niet afwijkend, wat ze laten zien is normaal. Baby’s en kinderen waken in de nacht, en doen dit langdurig. Ze laten dit alleen zien in een niet normatieve omgeving en maatschappij. Waarin er geen realistische verwachtingen zijn van zowel kinderen (zoals jong ‘doorslapen’, snel onafhankelijk worden) als ouders (heel vroeg weer moeten werken, veel ballen tegelijk in de lucht moeten houden).

Het goede nieuws: Ook na (beïnvloedde) toepassing van niet responsief reageren zoals een ‘laten huilen’ methode kan er reparatie plaatsvinden. Reparatie kost tijd, maar het is nooit te laat om responsief te zijn.

Disclaimer

Voor iedereen die eerder een slaaptraining heeft toegepast zoals een ‘laten huilen’ methode: Dit artikel is niet bedoeld om je rot of schuldig te laten voelen. Als ouder/opvoeder doe je waarvan je denkt dat dit in het belang is van je kind. Daarbij komt dat je als ouder/opvoeder niet altijd de volledige wetenschap kunt bijhouden en ontrafelen met betrekking tot wat er volop wordt gepropageerd in social media, door vrienden en familie en zelfs consultatiebureaus en artsen. Ieder heeft op zijn manier de beste bedoelingen. Deze blog is bedoeld om inzicht te geven in slaap en slaapgerelateerde opvattingen en toepassingen, met wetenschappelijke onderbouwing. Zodat elke ouder/opvoeder een geïnformeerde keuze kan maken, welke deze dan ook mag zijn.

Wil je mij volgen?

Like en volg me op FacebookInstagram en abonneer je op de nieuwsbrief hieronder. Geen spam, enkel de nieuwe blogs boordevol tips en informatie rondom slapen en opvoeding.

Is deze blog interessant voor iemand die je kent? Deel deze blog gerust met anderen. Zie de buttons voor delen onderaan de blog.

Slaap Zoet Consuela Hendriks Gz-psycholoog Orthopedagoog Droomritmecoach Slaapcoach

Over de auteur

Consuela Hendriks is BIG-geregistreerd GZ-psycholoog, orthopedagoog en gecertificeerd slaapcoach. Ze is bijna 20 jaar werkzaam in de geestelijke gezondheidszorg. Met haar jarenlange ervaring in haar praktijk voor psychologische en pedagogische hulpverlening, diagnostiek en 1e en 2e lijnsbehandeling voor kinderen, jongeren en jongvolwassenen heeft zij veel gezinnen mogen ondersteunen bij ontwikkelings- en opvoedingsvraagstukken, waaronder slaapproblematiek. Haar expertise en ervaring ligt niet alleen op het gebied van zich 'normaal' ontwikkelende kinderen maar tevens op het gebied van kinderen met ontwikkelingsstoornissen. Klik op de foto om meer te lezen over Consuela Hendriks.

Abonneer je op de nieuwsbrief!

Referenties:

Bell, S. M., & Ainsworth, M. D. S. (1972). Infant crying and maternal responsiveness. Child development, 1171-1190.

Frey, W. H., & Langseth, M. (1985). Crying: The mystery of tears. Harper San Francisco.

Gunnar, M. R., Larson, M. C., Hertsgaard, L., Harris, M. L., & Brodersen, L. (1992). The stressfulness of separation among nine‐month‐old infants: Effects of social context variables and infant temperament. Child development, 63(2), 290-303.

Johnson, S. B., Riley, A. W., Granger, D. A., & Riis, J. (2013). The science of early life toxic stress for pediatric practice and advocacy. Pediatrics, 131(2), 319-327.

Neufeld, G., & Maté, G. (2013). Hold on to your kids: Why parents need to matter more than peers. Vintage Books Canada.

Porges, S. W. (2011). The polyvagal theory: neurophysiological foundations of emotions, attachment, communication, and self-regulation (Norton Series on Interpersonal Neurobiology). WW Norton & Company.

Tronick, E. Z., & Cohn, J. F. (1989). Infant-mother face-to-face interaction: Age and gender differences in coordination and the occurrence of miscoordination. Child development, 85-92.

Delen: