fbpx
Slaap Zoet Self-soothing versus Signalling

Is je baby een Self-soother of een Signaller?

Doorslapen is altijd het onderwerp van gesprek als je een baby hebt gekregen. “Slaapt hij al door?” is een van de meest gestelde vragen die jonge ouders krijgen. Eerder schreef ik daar al een blog over (zie hier). In deze blog ga ik in op wat dan eigenlijk de definitie is van doorslapen en wat de term  ‘self-soothing’ eigenlijk inhoudt. En zou de vraag die ouders krijgen niet moeten zijn: ‘Is je baby een self-soother of een signaller?

Self-soothing en Signalling

Self-soothing is een term die voor het eerst in het leven is geroepen in de jaren 70 door Thomas Anders, momenteel professor in de psychiatrie. Tijdens zijn onderzoek kwam hij door middel van videoregistratie van slapende baby’s erachter dat er geen enkele baby is die de hele nacht doorslaapt (Anders, 1974). Elke baby wordt wakker tussen slaapcycli door. Sterker nog, dat doen we allemaal. Het zijn echter vaak onopgemerkte, korte en lichte waakmomenten (ook wel arousals genoemd). Thomas Anders ontdekte dat er baby’s zijn die na zo’n arousal weer in slaap vallen zonder te huilen en zonder ouderlijke interventie. Dit waren baby’s die bijvoorbeeld op hun handjes sabbelden, even rondkeken en weer gingen slapen, zonder hulp van de ouder. Deze groep baby’s noemde Anders de ‘Self-soothers’. Een andere groep baby’s ging echter huilen bij zo’n arousal. Dit werden de ‘Signallers’ genoemd (Anders, 1979). Deze baby’s gaven een signaal af, ze huilden, en hadden hulp nodig van de ouder om weer verder te kunnen slapen.

Wat maakt een baby een Self-soother versus Signaller?

Er is niet iets dat een baby een self-soother of een signaller maakt. Je baby is gewoon het één of het ander. Je baby heeft ofwel een meer self-soothing of een meer signalling slaaptemperament. Heb je een self-soother, dan blijkt uit de vervolgonderzoeken die Anders en zijn groep verrichten, dat baby’s die altijd zelf in slaap vielen, al dan niet met een hulpmiddel zoals een speen, eerder geneigd waren om bij nachtelijke waakmomenten ook weer zelf in slaap te vallen. Ook zag de onderzoekgroep dat kinderen die wakker in bed gelegd konden worden, minder nachtwaken met huilen lieten zien dan kinderen die slapend in bed gelegd werden. Die ‘zelfregulatie’ bij bedtijd heeft een self-soother gewoonweg al iets meer dan een signaller. Dit wil echter niet zeggen dat je een signaller wakker in bed kunt of moet leggen om van hem een self-soother te maken! Hoe zit dat dan?

Zelfregulatie en Emotie-regulatie

De term self-soothing is in de slaapwereld sinds de introductie van Anders flink verbasterd. De oorspronkelijke betekenis van het woord, zoals Thomas Anders het bedoelde is vervaagd. Wanneer men het over self-soothing heeft, wordt er vaak mee bedoeld: jezelf kunnen troosten, je emoties kunnen reguleren. En er wordt verondersteld dat je dit baby’s kunt leren. Dit is niet zo! Zelfregulatie en emotieregulatie (lees daarover meer hier) ontwikkelen zich met leeftijd. Én het ontwikkelt zich in relatie tot de ouder (Anders, 1994). Een baby heeft maar zeer beperkte zelfregulerende vaardigheden. Sommige baby’s kunnen in de eerste maanden van hun leven een vorm van orale zelf-kalmering toepassen als reactie op stress door bijvoorbeeld op hun handje te zuigen (Rothbarth et al, 1992). Dit gedrag werd ook gezien in de ‘Self-soothers’ van Anders’ onderzoek. Maar niet elke baby doet/kan dit. In dat geval zal een baby vooral de ouder/opvoeder signaleren dat er iets niet goed is (door te huilen). Baby’s zijn immers voornamelijk aangewezen op co-regulatie, dat wil zeggen dat de ouder het kind ondersteunt en helpt om met de emotie om te gaan. Dat kan zijn door bijvoorbeeld te troosten, vast te houden, te zingen, te wiegen. En deze baby’s zijn de signallers.

Self-soothing in de huidige slaap(trainings)wereld

Het probleem in de slaapwereld is echter dat verondersteld wordt dat je een ‘Signaller’ kunt veranderen in een ‘Self-soother’ door middel van slaaptraining. Vaak wordt geadviseerd een kind te laten huilen, om op die manier het kind self-soothing te leren. Maar zoals uitgelegd is dit niet mogelijk. Wat je de baby met deze manier leert is dat het nutteloos is om signaal te geven (te huilen), er wordt immers niet op gereageerd. Dat een baby vervolgens in slaap valt (of stil ligt zonder te huilen) wil niet zeggen dat het heeft geleerd om zichzelf te kalmeren of te troosten. Het is een aangeleerde hulpeloosheid. Een manier om je af te sluiten van de stress die alleen gelaten worden met zich meebrengt, en een teken dat de baby het heeft opgegeven om de ouder te ‘roepen’. Juist een goede hechting met je baby vormt de basis voor het ontwikkelingstraject naar onafhankelijkheid. Vanuit veiligheid en verbinding is er ruimte voor exploratie. Reageren op je baby die een signaller is in de nacht, draagt daarom bij aan veilige gehechtheid. Je kind leert daarmee dat hij altijd op je kan bouwen en vertrouwen en dat je er altijd voor hem bent. Vanuit die veilige hechting kan het gaan oefenen met loslaten, ook met betrekking tot het loslaten tijdens de slaap. Slapen is immers een scheiding van jou als ouder, mentaal (ander bewustzijnsniveau) en vaak ook fysiek (als er niet aan co-sleeping wordt gedaan).

Conclusie

Vanuit perspectief van de ouder zal een ‘Self-soother’ een baby zijn die doorslaapt. Een ‘Signaller’ zal na een bepaalde leeftijd worden gezien als een probleemslaper. Maar is het wenselijk om je kind te labelen als ofwel een doorslaper ofwel een probleemslaper/nachtwaker? Alle kinderen waken immers in de nacht, de een gaat alleen zonder hulp van de ouder weer slapen waar de ander deze hulp nog nodig heeft. Handiger is om het te hebben over ’Self-soothers’ en ‘Signallers’, maar dan wel zoals Thomas Anders het in origine bedoeld heeft.

Wil je mij volgen?

Like en volg me op FacebookInstagram en abonneer je op de nieuwsbrief hieronder. Geen spam, enkel de nieuwe blogs boordevol tips en informatie rondom slapen en opvoeding.

Slaap Zoet Consuela Hendriks Gz-psycholoog Orthopedagoog Droomritmecoach Slaapcoach

Over de auteur

Consuela Hendriks is BIG-geregistreerd GZ-psycholoog, orthopedagoog en gecertificeerd slaapcoach. Ze is bijna 20 jaar werkzaam in de geestelijke gezondheidszorg. Met haar jarenlange ervaring in haar praktijk voor psychologische en pedagogische hulpverlening, diagnostiek en 1e en 2e lijnsbehandeling voor kinderen, jongeren en jongvolwassenen heeft zij veel gezinnen mogen ondersteunen bij ontwikkelings- en opvoedingsvraagstukken, waaronder slaapproblematiek. Haar expertise en ervaring ligt niet alleen op het gebied van zich 'normaal' ontwikkelende kinderen maar tevens op het gebied van kinderen met ontwikkelingsstoornissen. Klik op de foto om meer te lezen over Consuela Hendriks.

Abonneer je op de nieuwsbrief!

Referenties:

Anders, T. F. (1978). Home-Recorded Sleep in 2− and 9-Month-Old Infants. journal of the American Academy of Child Psychiatry17(3), 421-432.

Anders, T. F., & Sostek, A. M. (1976). The use of time lapse video recording of sleep‐wake behavior in human infants. Psychophysiology13(2), 155-158.

Anders, T. F. (1979). Night-waking in infants during the first year of life. Pediatrics63(6), 860-864.

Anders, T. F. (1994). Infant sleep, nighttime relationships, and attachment. Psychiatry57(1), 11-21.

Delen: