Slaap Zoet Blog Peuterslaap DLMO

Peuters die niet naar bed willen, waardoor komt dat?

Veel ouders/verzorgers zullen het herkennen. Die momenten waarop een peuter niet naar bed wil. Vaak wordt het kind als ‘het probleem’ gezien, in plaats van breder te kijken. Kinderen worden al snel als manipulatief bestempeld, drammerig, ze nemen een loopje met je, ze zitten in de ‘peuterpuberteit’…

Er zijn echter vele redenen waarom het gebeurt. Zo kan het bijvoorbeeld gaan om een periode van oplaaiende separatieangst, moeite om te reguleren na een stressvolle dag, te weinig stimulatie overdag, een lagere slaapbehoefte dan gedacht (lees hier meer over peuterslaap), anticipatieangst op de nacht of daaropvolgende dag, suboptimale slaaphygiëne, een flinke ontwikkelingssprong, groeiende autonomie en daarbij behorende exploratie van grenzen, ziekte etc etc.

En wat als ik je vertel dat er ook een oorzaak zit in de afstemming tussen wat ouders/verzorgers wensen en wat fysiek mogelijk is bij het kind…

Daarover gaat deze blog.

Biologie

Weerstand bij het slapengaan, waardoor de start van het inslapen later plaatsvindt dan door de ouder/verzorger in eerste instantie gekozen werd, komt voor bij een kwart van jonge kinderen. Vaak worden dit slaapproblemen genoemd (of zelfs slaapstoornissen, behavioural insomnia of childhood; insomnia disorder) terwijl er iets heel anders aan de hand kan zijn, namelijk een mismatch tussen verwachtingen van de ouder/verzorger en de biologie van het kind.

Te vroeg gekozen bedtijd

Onderzoek (LeBourgeois et al., 2013) toont aan dat ouders/verzorgers vaak een te vroege bedtijd ‘kiezen’ vergeleken met de tijd waarop het lichaam van 2½ tot 3 jaar oude kinderen (die nog overdag een slaapje hebben) fysiek gezien klaar is om te gaan slapen. Wat betekent dit?

Circadiaans ritme

De start van de melatonine-productie bij gedimd licht in de avond wordt DLMO genoemd (Dim Light Melatonin Onset). De start van de nachtslaap hangt hiermee samen en is zo’n 1 uur (tot 2 uur, afhankelijk van leeftijd) na de DLMO. Het blijkt dat de DLMO van kinderen in deze leeftijdsgroep in dit onderzoek rond 19:40 uur plaatsvindt. Duidelijk werd dat hoe dichter de door de ouders/verzorgers gekozen bedtijd bij de DLMO zat, des te meer bedtijdbattles er waren en des te langer het duurde voor de kinderen sliepen.

Met andere woorden, als ouders/verzorgers kinderen ‘te vroeg’ naar bed brengen ten opzichte van de ‘lichaamsklaarheid voor slaap’ is dit een recept voor gedoe en duurt het langer voor het kind in slaap valt.

Wake Maintenance Zone

Daar komt bij dat de kans groter is dat je bij een te vroege bedtijd juist de biologie van het kind ‘tegen’ je hebt aangezien de periode voorafgaand aan slaap een natuurlijke circadiaanse periode van alertheid is (de Wake Maintenance Zone). In de periode voorafgaans aan de DLMO is er sterke circadiaanse arousal (Lavie, 1986; Strogatz et al., 1987).

Vaak wordt dit verward met ‘oververmoeidheid’ en hyper gedrag als gevolg van moeheid. In sommige gevallen kan dit kloppen maar vaak is dit dus gewoon het circadiaans ritme van het kind.

Maar denk je dat je kind oververmoeid is, en je probeert het naar bed te krijgen dan kan het dus dubbel lastig zijn: het lichaam is nog niet klaar voor slaap én je probeert een kind te kalmeren dat in zijn natuurlijke alerte periode voorafgaand aan slaap zit…

Conclusie

Hoezo slaapprobleem, of zelfs slaapstoornis volgens de DSM-V/ICD-11? Het gaat in veel gevallen om irreële verwachtingen van de ouder, mogelijk ingegeven door huidige maatschappelijke paradigma’s rondom slaap….

En aangezien slapen in de nacht niet alleen maar op homeostatische slaapdruk gaat (opgebouwde moeheid door wakker te zijn) maar ook op basis van het biologische klokritme (en de melatonine-afgifte), is het dus van belang rekening te houden met de fysiologie van het kind. Een latere bedtijd kan in dergelijke gevallen de uitkomst zijn.

Wil je mij volgen?

Like en volg me op FacebookInstagram en abonneer je op de nieuwsbrief hieronder. Geen spam, enkel de nieuwe blogs boordevol tips en informatie rondom slapen en opvoeding.

Is deze blog interessant voor iemand die je kent? Deel deze blog gerust met anderen. Zie de buttons voor delen onderaan de blog.

Slaap Zoet Consuela Hendriks Gz-psycholoog Orthopedagoog Droomritmecoach Slaapcoach

Over de auteur

Consuela Hendriks is BIG-geregistreerd GZ-psycholoog, orthopedagoog en gecertificeerd slaapcoach. Ze is bijna 20 jaar werkzaam in de geestelijke gezondheidszorg. Met haar jarenlange ervaring in haar praktijk voor psychologische en pedagogische hulpverlening, diagnostiek en 1e en 2e lijnsbehandeling voor kinderen, jongeren en jongvolwassenen heeft zij veel gezinnen mogen ondersteunen bij ontwikkelings- en opvoedingsvraagstukken, waaronder slaapproblematiek. Haar expertise en ervaring ligt niet alleen op het gebied van zich 'normaal' ontwikkelende kinderen maar tevens op het gebied van kinderen met ontwikkelingsstoornissen. Klik op de foto om meer te lezen over Consuela Hendriks.

Abonneer je op de nieuwsbrief!

Referenties:

Lavie, P. (1986). Ultrashort sleep-waking schedule. III.‘Gates’ and ‘forbidden zones’ for sleep. Electroencephalography and clinical neurophysiology63(5), 414-425.

LeBourgeois, M. K., Wright Jr, K. P., LeBourgeois, H. B., & Jenni, O. G. (2013). Dissonance between parent‐selected bedtimes and young children’s circadian physiology influences nighttime settling difficulties. Mind, Brain, and Education7(4), 234-242.

Strogatz, S. H., Kronauer, R. E., & Czeisler, C. A. (1987). Circadian pacemaker interferes with sleep onset at specific times each day: role in insomnia. American Journal of Physiology-Regulatory, Integrative and Comparative Physiology253(1), R172-R178.

Foto: Seven Shooter via Unsplash

Delen: