fbpx
samen slapen cosleeping bedsharing

Samen slapen, wel of niet?

Wat is samen slapen? 

Samen slapen, wel of niet? Wanneer je het hebt over samen slapen is het in de eerste plaats belangrijk te weten wat je onder samen slapen verstaat. Wat is de definitie van samen slapen en in welke vormen kan je samen slapen? James McKenna is de professor die veel onderzoek heeft verricht op dit gebied en ook veel hierover heeft gepubliceerd. In zijn definitie (McKenna, 2007) van samen slapen (ofwel co-sleeping) gaat het over ‘in sensorische afstand zijn van elkaar (zien, aanraken, ruiken, horen)’. Dat is wat biologisch normaal is, dit hebben wij mensen miljoenen jaren gedaan. Vormen die binnen deze definiëring passen zijn samen in 1 bed slapen (bed-sharing), slapen in een co-sleeper dat aan het ouderlijk bed vast staat, slapen in een wieg op de kamer van ouders (rooming in), slapen in een familie-bed.

De geschiedenis van samen slapen

Antropologisch en evolutionair gezien is het interessant om naar samen slapen te kijken. Wij mensen zijn zoogdieren. Zoogdieren leven in nauw contact met de moeder door dichtbij te zijn, te volgen en vaak zelfs aan moeder te hangen. Mensenbaby’s zijn echter neurologisch het meest onaf bij geboorte. Mensenbaby’s hebben een zwak ontwikkeld neuromusculair systeem en zijn het meest afhankelijk van alle zoogdieren. Het brein van een baby is bij geboorte nog maar 25% van wat het uiteindelijk moet worden. Logisch dus dat baby’s verzorging en voeding nodig hebben. Dat hebben wij primaten onze baby’s ook miljoenen jaren gegeven. Pas sinds 1920/30, onder invloed van de Amerikaanse gedragspsychologie werd geadviseerd om kinderen apart te laten slapen, onder het mom van ‘bescherming’ omdat er in die tijd moeders waren die hun baby lieten stikken vanwege vele huilen/waken.

Hoeveel mensen slapen samen?

De meeste studies laten zien dat ongeveer 50% van ouders in westerse geïndustrialiseerde landen er doen aan bed-sharing de eerste maanden (dus in hetzelfde bed slapen). Dus ondanks campagnes die er veelvuldig zijn geweest waarin het ouders werd afgeraden om samen te slapen, blijven ouders hun kind in bed halen. En juist dit maakt het gevaarlijk, niet omdat het per definitie gevaarlijk is maar omdat ouders dan samen slapen met gevoel dat ze iets verkeerds doen, en vervolgens minder informatie inwinnen en krijgen over veiligheid rondom samen slapen. Dit geeft weer een grotere kans op ongelukken.

Redenen om samen te slapen

Waarom slapen er zoveel ouders samen met hun kind? De meeste ouders anticiperen niet op samen slapen voordat ze kind krijgen, tijdens de zwangerschap. En toch slaapt een groot percentage van de ouders samen. Redenen hiervoor zijn (Ball et al, 1999; Ball et al. 2000; Ball, 2002; Ball, 2003):

  • Om nachtvoeden makkelijker te maken en beter tegen het nachtwaken te kunnen, en ook zelf meer te kunnen slapen
  • Om de baby makkelijker te kunnen troosten, het geeft een reductie van huilen
  • Het geeft een reductie van slaapdeprivatie bij de ouder zelf, onderzoek laat zien dat ouders die samen slapen meer slaap krijgen dan wanneer het kind apart slaapt
  • Ouders willen de connectie met hun kind na een werkdag of opvangdag (vooral partners rapporteren dit)
  • Samen slapen geeft ouders geruststelling of een continue monitoring als de baby bijvoorbeeld ziek is
  • Vanuit culturele gezinswaarden/-principes
  • Vanwege omstandigheden zoals gebrek aan ruimte.

Hoe zit het met risico’s van samen slapen?

Wanneer je het hebt over risico’s van samen slapen kom je snel op het onderwerp wiegendood uit. Vanuit case control studies komt een aantal risicofactoren naar voren. In zulke studies vergelijkt men een groep waarbij baby’s zijn gestorven met een groep waarbij baby’s niet zijn gestorven. Dit zijn dus retrospectieve studies (geen causale verbanden).

Uit deze studies kwamen de volgende risicofactoren, met andere woorden, er is een grotere kans op wiegendood bij (en deze lijst is niet exclusief):

  • Slapen op de buik. Men weet nog steeds niet waarom dit gevaarlijk is ofwel waarom slapen op de rug beschermend is. Maar aanpassing van het advies gaf een aanzienlijke reductie in wiegendood.
  • Kunstgevoede baby’s. Anders gezegd, borstvoeding werkt beschermend tegen wiegendood. Borstgevoede baby’s lopen de helft minder kans op wiegendood dan kunstgevoede baby’s. Dit heeft te maken met de afstemming tussen moeder en kind wanneer bostvoeding wordt gegeven. Er is meer synchroniciteit tussen moeder en kind: harstlag, bloeddruk, ademhaling, arousal (activatie van het autonome centrale zenuwstelsel waardoor je wakker wordt), en zelfs slaapcyclus zijn op elkaar afgestemd, en dit is beschermend tegen wiegendood.
  • Zowel roken in zwangerschap als blootstelling aan rook: Nicotine heeft een negatief effect op de ademhaling, autonome regulatie, arousal en slaap. In zwangerschap beïnvloedt roken de kernen in de hersenstam (deze zijn betrokken bij arousal). Als er in zwangerschap is gerookt dan is het brein van de baby hierdoor beschadigd waardoor het minder makkelijker een arousal response heeft.
  • Prematuriteit
  • Alleen slapen, niet in nabijheid van de ouder
  • Oververhitting/te veel kleding
  • Een te zachte ondergrond (kussens, zacht matras, bedbumpers etc.)
  • Van speentjes wordt verondersteld dat ze beschermend zijn tegen wiegendood, maar enkel wanneer de speen altijd wordt gebruikt en niet af en toe.
  • En dus bed-sharing en cosleeping ofwel samen slapen.

Dus, samen slapen is een risicofactor voor wiegendood?

Bedsharing en cosleeping wordt dus in die case control studies gezien als een risicofactor. Maar: hier begint veel onduidelijkheid. In deze studies werd namelijk alles samen genomen: slapen in hetzelfde in bed, in dezelfde kamer, co-sleeping in een co-sleeper, bankslapen, samen in een stoel in slaap vallen, in het ouderlijk bed slapen aan het einde van de nacht, of enkel aan het begin van de nacht etc. En wat in de media terugkwam werd allemaal co-sleeping genoemd, waarbij niet duidelijk is om welke vorm het ging. Zo zijn er berichten in de media gekomen dat er kinderen gestorven zijn ‘door co-sleeping’ waarbij later bleek dat dit kinderen zijn die bijvoorbeeld gestikt zijn bij bankslapen, of waarbij het kinderen betrof die aan het begin van de nacht in ouderlijk bed sliepen en vervolgens overgelegd zijn naar eigen bed op eigen kamer en daar zijn gestorven.

Dus, samen slapen, wel of niet?

Het antwoord op die vraag is niet zo simpel. Er is vooral veel meer openheid en voorlichting nodig over veilig samen slapen zodat ouders een geïnformeerde keuze kunnen maken om al dan niet samen te slapen. Deze voorlichting moet zich richten op:

  • Waar kan je wel en waar niet samen slapen: Samen slapen kan in het ouderlijk bed, in een co-sleeper, in een wieg op de kamer van ouders. Maar niet op een bank of stoel.
  • In welke positie kan je veilig samen slapen: Moeders die borstvoeding geven nemen instinctief een beschermende houding aan. Onderzoek waarbij moeders de 1e dag in het ziekenhuis werden geobserveerd (zonder voorgelicht te zijn over samen slapen) namen instinctief een beschermende houding aan (in een halve maan, met baby op tepelhoogte liggend op de rug, knieën van moeder opgetrokken zodat baby niet naar onderen kan schuiven). Moeders van flesgevoede baby’s nemen een andere houding aan: zij leggen hun kind veelal op ooghoogte (gevaarlijk i.v.m. terechtkomen in kussens en wegzakken).
  • Risicofactoren: Samen slapen in hetzelfde bed wordt afgeraden als
    • je geen borstvoeding geeft (dan is er niet die eerder genoemde synchroniciteit)
    • je rookt (of je partner rookt)
    • je sederende medicatie gebruikt
    • je alcohol gebruikt
    • als baby prematuur is
    • als de slaapomgeving niet optimaal is (optimaal is een stevig matras, geen kussens, de dekens laag, geen andere kinderen in bed, niet te heet etc.).

Wat is de invloed van samen slapen op het kind zelf?

Onderzoek laat voor- en nadelen zien van alleen slapen versus samen slapen:

Bij baby’s zie je dat:

Onderzoek (Tollenaar et al., 2012) laat zien dat baby’s die alleen slapen meer stress hebben bij kleine dagelijkse stressoren (zoals bijvoorbeeld het badje). Mogelijk komt dit door minder nachtelijke aanwezigheid van de ouder, waarbij het kind wordt geholpen om stress te reguleren. Zij huilden meer en protesteerden meer.

Bij een ander onderzoek (Beijers et al., 2013) werd onderzocht of samen slapen en borstvoeding geassocieerd waren met cortisol-regulatie (stressregulatie). Hier kwam uit dat hoe langer er werd samen geslapen, des te lager de cortisol reactiviteit was (minder stress). Daarnaast voorspelde meer weken borstvoeding een snellere cortisol hersteltijd (sneller herstel van stress).

Bij dreumesen en peuters wordt vaak de vraag gesteld of samen slapen de onafhankelijkheid van het kind niet in de weg staat. Onderzoek  (Keller & Goldberg, 2004) laat zien dat dit op bepaalde gebieden wel en andere gebieden niet zo is: Alleen slapende dreumesen en peuters konden sneller alleen in slaap vallen, sliepen sneller door en waren sneller vrij van nachtvoedingen. Dreumesen en peuters die samen sliepen lieten meer zelfredzaamheid zien (bijvoorbeeld met het zichzelf aankleden) en hadden meer sociale onafhankelijkheid (konden bijvoorbeeld sneller zelf vriendjes maken). Mogelijk komt dit omdat de moeders de autonomie van hun kinderen uit deze groep het meest ondersteunden vergeleken met de alleen slapen groep.

Wanneer moet je samen slapen afbouwen?

Niets moet, het blijft een eigen keuze.

Is iedereen content? Levert het iedereen voldoende slaap op? Dan blijf je lekker samen slapen!

Wil je als ouders meer privacy in ouderlijk bed? Slaapt één van de gezinsleden niet zo goed met een kind in bed? Ben je alleen maar samen gaan slapen omdat je kind anders niet slaapt en wil je dat anders? Dat kunnen overwegingen zijn om het af te bouwen.

Er zijn veel responsieve manieren om ouderlijke nabijheid af te bouwen. Hoe je dat doet is sterk afhankelijk van onder ander je persoonlijke situatie en de leeftijd van je kind. Heb je daar begeleiding bij nodig dan neem gerust contact met me op.

Geen blogs missen? Abonneer je op de nieuwsbrief hieronder.

Abonneer je op de nieuwsbrief!

Referenties:

  • Ball, H. L., Hooker, E., & Kelly, P. J. (1999). Where will the baby sleep? Attitudes and practices of new and experienced parents regarding cosleeping with their newborn infants. American Anthropologist101(1), 143-151.
  • Ball, H. L., Hooker, E., & Kelly, P. J. (2000). Parent–infant co‐sleeping: fathers’ roles and perspectives. Infant and Child Development: An International Journal of Research and Practice9(2), 67-74.
  • Ball, H. L. (2002). Reasons to bed-share: why parents sleep with their infants. Journal of reproductive and infant psychology20(4), 207-221.
  • Ball, H. L. (2003). Breastfeeding, bed‐sharing, and infant sleep. Birth30(3), 181-188.
  • Beijers, R., Riksen-Walraven, J. M., & de Weerth, C. (2013). Cortisol regulation in 12-month-old human infants: associations with the infants’ early history of breastfeeding and co-sleeping. Stress16(3), 267-277.
  • McKenna, J. J. (2007). Sleeping with your baby: A parent’s guide to cosleeping. Platypus Media, LLC.
  • Tollenaar, M. S., Beijers, R., Jansen, J., Riksen-Walraven, J. M. A., & de Weerth, C. (2012). Solitary sleeping in young infants is associated with heightened cortisol reactivity to a bathing session but not to a vaccination. Psychoneuroendocrinology37(2), 167-177.
  • Keller, M. A., & Goldberg, W. A. (2004). Co‐sleeping: Help or hindrance for young children’s independence?. Infant and Child Development: An International Journal of Research and Practice13(5), 369-388.. https://onlinelibrary.wiley.com/doi/pdf/10.1002/icd.365#accessDenialLayout
Delen:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *