Slaap Zoet Blog Separatieangst

Separatieangst en eenkennigheid, wat doe je eraan?

Separatieangst, scheidingsangst, verlatingsangst, eenkennigheid. Allemaal termen die verwijzen naar perioden waarin het kind moeite heeft met afscheid nemen (of andere momenten van scheiding) van de primaire opvoeder en erg dichtbij hem/haar wil zijn. Vaak wordt zo’n periode als lastig ervaren door de ouder/opvoeder, want even snel plassen is er niet meer bij, althans niet zonder publiek of duidelijk verdriet of protest van het kind. Kinderen worden in deze perioden als plakkerig ervaren. Geen seconde verliezen ze de ouder/verzorger uit het oog.

Wat is nou eigenlijk separatieangst en eenkennigheid, en wat kan je daaraan doen?

Wat is separatieangst?

Separatieangst is een teken dat het stresssysteem van het kind wordt geactiveerd. Het kind wordt gealarmeerd door de (dreigende) separatie van de ouder/verzorger aan wie het gehecht is. Een scheiding van de ouder/verzorger is niet alleen alarmerend voor het kind omdat de hechting met deze persoon prioriteit nummer 1 is (een overlevingsprioriteit zelfs) maar ook omdat de ouder/verzorger en zijn gedrag en reacties (overwegend) voorspelbaar zijn voor het kind. En voorspelbaarheid geeft veiligheid. Nieuw of onbekend geeft een activatie van het sympathische zenuwstelsel (mobiliseert het lichaam voor overleving) terwijl bekend en voorspelbaar juist het parasympatische zenuwstelsel activeert (rest & digest). Zodra de veiligheid en voorspelbaarheid van de primaire opvoeder er niet zijn kan dit als dreigend worden ervaren en er stress ontstaan.

Separatieangst hoort bij normale ontwikkeling

In een normale ontwikkeling maken alle kinderen perioden van separatieangst door. Het is een teken dat er een gezonde hechtingsontwikkeling plaatsvindt. Een veilig gehecht kind zal bij geïnduceerde stress* (zoals separatie van de ouder/opvoeder) een zichtbare en hoorbare stressrespons laten zien (zoals huilen) en minder exploratiegedrag vertonen (lees meer over de 4 basis hechtingstypen hier). Bij hereniging met de ouder/verzorger laat het kind zich troosten en kalmeert het kind en kan exploratie weer plaatsvinden. Rupture en repair vindt plaats (lees daarover meer hier).

Separatieangst in de context van hechting

  • De eerste weken (±0-6 weken) worden pasgeborenen ‘asociaal’ Dat klinkt gek maar hiermee wordt bedoeld dat er nog geen bewuste sociale lachjes plaatsvinden als respons op sociale stimuli maar dat de baby willekeurig lacht.
  • In de eerste maanden (±6 weken- 7 maanden) heeft de baby nog niet echt in de gaten dat het een eigen individu is. Het kind ervaart zichzelf als onderdeel van de primaire opvoeder. Een van de redenen overigens waarom in gezinnen waar moeder de primaire opvoeder is, vaak het eerste woordje ‘papa’ is en niet ‘mama’. Omdat het kind de vader ziet als eerste persoon die afgescheiden is van zichzelf (terwijl het de moeder ziet als onderdeel van zichzelf) (Tardif et al., 2008). Dat terzijde, heeft het kind in deze eerste tijd een zogenaamde ‘indiscriminate attachment’. De baby kan zich aan ‘iedereen’ hechten en interacteert sociaal zonder duidelijk onderscheid, wat biologisch zo ontworpen is vanwege de hoge moedersterfte in het verleden. Er kan wel een voorkeur zijn voor ‘bekenden’ maar het gaat meer om dát er sociale interactie is in plaats van met wie.
  • Zo rond de 7-9 maanden ontstaat een ‘specifieke attachment’. Het kind gaat een voorkeur ontwikkelen voor de primaire hechtingsfiguur, kan angst/stress tonen bij scheiding van deze persoon (separatieangst) en kan angstig reageren op ‘vreemden’ (stranger anxiety). Het kind begint persoons- en objectpermanentie te ontwikkelen (Levitt et al., 1984; Thomson, 2020). Het begint te begrijpen dat dingen en mensen nog steeds bestaan, ook als je ze niet meer kunt zien. Het is niet meer ‘out of sight, out of mind’ zoals bij jongere baby’s het geval is. Als je het kind achterlaat, zal het niet weten wanneer en óf je überhaupt terugkomt. In combinatie met de specifieke voorkeur voor de primaire hechtingsfiguur geeft dit dus separatieangst. De mate waarin varieert per kind, maar dat dit gebeurt is een teken dat de baby een hechting heeft ontwikkeld met de primaire opvoeder.
  • Vanaf 10-18 maanden zie je dat veel baby’s zich hechten aan meerdere hechtingsfiguren (bv opa, oma, boertje, zusje, begeleiders etc.), vaak met hiërarchische opbouw qua belang voor het kind. Het kind zal zich het meest hechten aan de persoon die sensitief en responsief is (Shaffer & Emerson, 1964).

Maatschappelijke druk

Het is goed om te beseffen dat hoewel de maatschappij veel te hoog gegrepen eisen stelt aan kinderen met betrekking tot afhankelijkheid, het dus heel normaal is dat je kind voor lange tijd afhankelijk is. Zoals eerder benadrukt in een andere blog: een kind is ontworpen om voor lange tijd afhankelijk te zijn. Daar is dus niets fouts aan! En om die afhankelijkheid te kunnen hebben en behouden zal een kind doen wat biologisch gezien normaal is, namelijk pogen de primaire opvoeder dichtbij te krijgen en houden.

Het dient een doel

Alle zoogdieren hebben een zogenaamde ‘separation call’ (Newman, 2007), zoals een huilgeluid. Dit dient een doel, namelijk de primaire opvoeder dichtbij krijgen. Dergelijke ‘separation/isolation calls’ worden aangetroffen bij alle zuigelingen van zoogdieren. Het is belangrijk dit te zien en erkennen als een functioneel circuit van de hersenen in het kader van evolutie en overleving van zuigelingen van zoogdieren. In plaats van het te zien als bijvoorbeeld manipulatief gedrag. Het zeuren en huilen van een kind en het gebruik van babytaal door de opvoeder (met hoge toon en baby-achtige stem praten, ofwel ‘motherese’) zijn allemaal manieren van het vocalisatiesysteem voor gehechtheid. Het speelt in op een auditieve gevoeligheid en dient het doel om een respons uit te lokken (de opvoeder dichtbij krijgen) (Chang & Thompson, 2011).

Hechting en het hechtingsproces moet begrepen worden in evolutionaire context en biedt veiligheid en zekerheid aan het kind en vergroot zijn overlevingskans (Bowlby, 1958).

Wat kan je eraan doen?

Nu de oorsprong en het doel van separatieangst duidelijker is, kan bekeken worden hoe je daar mee om kunt gaan. Zonder volledig te zijn geef ik een aantal tips en suggesties:

1) Voorbereiding: voorspelbaarheid en connectie

  • Allereerst kan voorbereiding op de aankomende separatie helpen om zaken wat voorspelbaarder te maken. En nogmaals, voorspelbaarheid geeft veiligheid. Afhankelijk van de leeftijd van het kind kan je gebruikmaken van routines (bepaalde gebeurtenissen in een vaste volgorde doen), visualisatie (met bijvoorbeeld foto’s of pictogrammen een reeks gebeurtenissen in kaart brengen) of werken met een social story. Het social story concept is ontwikkeld door Carol Gray voor kinderen met een autisme spectrum stoornis, maar zeker heel bruikbaar voor kinderen zonder een dergelijke diagnose. Lees meer daarover hier. Maak duidelijk wat er gaat gebeuren voorafgaand aan de scheiding, op het moment het afscheid nemen (ga nooit stiekem weg maar zeg altijd gedag!), wat het kind gaat doen, wat je zelf gaat doen, wat er gaat gebeuren bij de hereniging, wat je meeneemt voor het kind en wat je samen na de hereniging gaat doen. Benadruk dat je het kind altijd weer komt halen.
  • In de voorbereidingstijd, dus de tijd voorafgaand aan de separatie is het belangrijk om de basisbehoeften van het kind te vervullen, met name op het gebied van verbinding. Met andere woorden, vul de liefdestank van je kind. Maak tijd voor 1 op 1 quality time, zonder afleiding. Laat het kind voelen dat je er echt bent en leg schakel dan ook de telefoon uit, ga niet naar het toilet, maak geen kopje thee voor jezelf maar geef je kind de volle aandacht.
  • Gebruik spel. In spel kan een kind zijn emoties uitspelen en de ruimte geven en zichzelf ontdekken. Spelsituaties vinden plaats buiten de realiteit (het is niet echt) en zijn zonder verwachtingen, uitkomsten, doelen, gevolgen of risico’s. Spelsituaties lenen zich perfect voor het uiten van emoties en exploratie. Spel geeft balans aan het emotionele systeem en dient emotionele ontwikkeling door de innerlijke wereld begrijpelijk te maken voor het kind door het uit te beelden (Macnamara, 2016).
  • Door speels een scheidingsmoment te ‘oefenen’, inclusief de hereniging kan een kind ‘wennen’ aan momenten van separatie. Speel veel kiekeboe spelletjes, verstoppertje, lees veel flapjes-boekjes waar dingen onder verstopt zitten etc.
  • Lach samen. Onderzoek toont aan dat de biochemische reacties die voortkomen uit humor en lachen een sterke rol kunnen spelen bij onder andere het verminderen van stress, angst, depressie en pijn (Agarwal, 2014).
  • Introduceer nieuwe mensen die in het leven van je kind komen. Probeer momenten te creëren dat je kind deze nieuwe persoon kan ontmoeten in jouw nabijheid en toon affectie ten aanzien van de nieuwe persoon. Laat zien dat je de nieuwe persoon aardig vindt en dat je de persoon vertrouwt. Op die manier kan je kind wennen en vertrouwen opbouwen. Dr. Neufeld noemt dit matchmaking (Neufeld & Maté, 2013).

2) Reduceer separatie indien mogelijk

Waar mogelijk probeer je de scheiding zo minimaal mogelijk te houden. Dit doe je door méér verbinding toe te voegen. Zowel fysiek als mentaal. Naast extra fysiek contact en knuffelen en extra ingebouwde quality time momenten wil je zo goed als kan de verbinding met het kind blijven behouden, ook tijdens de separatie. Dit doe je door de separatie te overbruggen met connectie.

3) Overbrug de separatie

‘Bridging’ (Neufeld & Maté, 2013) is een term die refereert aan hechtingsrituelen die een kind juist wijzen op de verbinding en relatie in plaats van de scheiding te benadrukken.

Het gaat om manieren om het kind te laten merken dat de relatie en verbinding er ook is als er een fysieke (en/of mentale) scheiding is. Het zijn dus ‘bruggetjes’ die het gat tussen het afscheid en hereniging overbruggen. Voorbeelden daarvan zijn: een knuffel meegeven met de geur van de opvoeder eraan, een foto meegeven, een briefje in de lunchtrommel doen en praten over wat je samen gaat doen na hereniging.

Slaap en separatieangst

In perioden van separatieangst kan ook het slapen moeilijker zijn. Op bijvoorbeeld de opvang kan slapen ineens lastiger gaan. Probeer ook daarbij weer de nadruk te leggen op de verbinding. Bijvoorbeeld door beddengoed met jouw geur mee te geven. Of meer nabijheid rondom slaap (erbij blijven) of contactslaapjes te bieden (bijvoorbeeld in draagzak). Is dat niet mogelijk dan kan de focus gelegd worden op momenten van kalmte en rust in plaats van slaap, door bijvoorbeeld te ‘snoezelen’, of met de hele groep momenten van mindfulness/yoga in te bouwen of een wandeling te maken in de wandelwagen/buggy. Bij voldoende slaapdruk én een kalme staat zal de slaap wellicht alsnog intreden.

Circle of Security

The Circle of Security, ofwel Cirkel van Veiligheid, ontwikkeld door Hoffman, Cooper en Powell (2017) is een routekaart, gebaseerd op Ainsworth en Bowlby’s werk. De cirkel toont de drie centrale behoeften van een kind: De behoefte aan een veilige basis, de behoefte aan exploratie vanuit die veilige basis en zorg door de ouder. Het idee is dat een kind autonomie en onafhankelijkheid ontwikkelt vanuit een veilige haven. Vanuit de veilige haven kan het kind op onderzoek uitgaan, en steeds terugkeren voor geruststelling, verbinding, nabijheid en zorg. Naarmate het kind ouder wordt zal de exploratie steeds iets langer duren en de cirkel groeien. In perioden van separatieangst is de exploratie weer minder, en wordt er meer nabijheid gezocht in de veilige haven. En die cirkel is in de nacht niet ineens groter dan overdag.

Bedenk je dat bedtijd de grootste separatie van het etmaal aankondigt: de nacht. Niet gek toch dat dit angst geeft? Ook hier is bridging een belangrijke techniek om de focus meer op de verbinding te leggen in plaats van de separatie. Dit komt dan ook uitgebreid aan bod in mijn consulten.

*Mary Ainsworth’s ontwikkelde een test (Strange Situation Experiment) waarbij kinderen met opzet in een stressvolle situatie werden gezet, waarbij de stress hem in de separatie van de ouder/opvoeder zit. Met andere woorden, er werd erkend dat separatie van de primaire opvoeder stressvol is voor kinderen.

Wil je mij volgen?

Like en volg me op FacebookInstagram en abonneer je op de nieuwsbrief hieronder. Geen spam, enkel de nieuwe blogs boordevol tips en informatie rondom slapen en opvoeding.

Is deze blog interessant voor iemand die je kent? Deel deze blog gerust met anderen. Zie de buttons voor delen onderaan de blog.

Slaap Zoet Consuela Hendriks Gz-psycholoog Orthopedagoog Droomritmecoach Slaapcoach

Over de auteur

Consuela Hendriks is BIG-geregistreerd GZ-psycholoog, orthopedagoog en gecertificeerd slaapcoach. Ze is bijna 20 jaar werkzaam in de geestelijke gezondheidszorg. Met haar jarenlange ervaring in haar praktijk voor psychologische en pedagogische hulpverlening, diagnostiek en 1e en 2e lijnsbehandeling voor kinderen, jongeren en jongvolwassenen heeft zij veel gezinnen mogen ondersteunen bij ontwikkelings- en opvoedingsvraagstukken, waaronder slaapproblematiek. Haar expertise en ervaring ligt niet alleen op het gebied van zich 'normaal' ontwikkelende kinderen maar tevens op het gebied van kinderen met ontwikkelingsstoornissen. Klik op de foto om meer te lezen over Consuela Hendriks.

Abonneer je op de nieuwsbrief!

Referenties:

Agarwal, S. K. (2014). Therapeutic benefits of laughter. Medical Science12(46), 19-23.

Bowlby, J. (1958). Can I leave my baby?. London: National Association for Mental Health.

Chang, R. S., & Thompson, N. S. (2011). Whines, cries, and motherese: Their relative power to distract. Journal of Social, Evolutionary, and Cultural Psychology5(2), 131.

Hoffman, K., Cooper, G., & Powell, B. (2017). Raising a secure child: how circle of security parenting can help you nurture your child’s attachment, emotional resilience, and freedom to explore. Guilford Publications.

Levitt, M. J., Antonucci, T. C., & Clark, M. C. (1984). Object-person permanence and attachment: Another look. Merrill-Palmer Quarterly (1982-), 1-10.

MacNamara, D. (2016). Rest play grow. Vancouver: Aona.

Neufeld, G., & Maté, G. (2013). Hold on to your kids: Why parents need to matter more than peers. Vintage Books Canada. worden gebruik van ‘matchmaking’:

Newman, J. D. (2007). Neural circuits underlying crying and cry responding in mammals. Behavioural brain research182(2), 155-165.

Schaffer, H. R., & Emerson, P. E. (1964). The development of social attachments in infancy. Monographs of the society for research in child development, 1-77.

Tardif, T., Fletcher, P., Liang, W., Zhang, Z., Kaciroti, N., & Marchman, V. A. (2008). Baby’s first 10 words. Developmental Psychology44(4), 929.

Thomson, R. (2020). 5 things you need to know about…: object permanence. Nursery World Select2020(7), 27-27.

Bron foto: fotografierende via Unsplash

Delen: