fbpx
Slaap Zoet slaap bij pasgeboren baby's

Slaap bij pasgeboren baby’s

Ik kreeg opeens veel vragen rondom het slapen van pasgeborenen. Moet ik bij mijn pasgeboren baby al een ritme aanhouden? Moet ik al gaan slaaptrainen? Mijn baby valt in slaap op de fles, mag dat wel? In deze blog wat uitleg over slaap bij pasgeborenen en wat je wel kunt doen en nog niet hoeft te doen.

De biologie van slaap bij een pasgeboren baby:

Slaaphoeveelheid

Pasgeboren baby’s brengen zo’n 70% van de tijd slapend door (Sheldon, 2005). Vergeleken met volwassenen die ongeveer 25 tot 30% van hun tijd slapend doorbrengen is dat dus flink wat. Dit heeft consequenties voor de tijd dat je baby wakker kan zijn tussen de slaapjes door. Een pasgeboren baby kan vaak nog niet zo lang wakker zijn tussen de slaapjes door. Een baby van 0 tot 6 weken kan vaak maar 30 tot 60 minuten wakker zijn, een baby van 6 weken tot 12 weken ongeveer 60 tot 75 minuten om je een idee te geven. En dit zijn gemiddelden, elke baby is natuurlijk anders.

Slaapspreiding

Omdat een pasgeborene nog zoveel slaapt, wordt er automatisch ook makkelijk veel overdag geslapen. Daarbij komt dat het circadiaans ritme van een pasgeborene nog niet goed is ingesteld (Davis et al, 2004). Met andere woorden, het dag- en nachtritme is er nog niet. Een pasgeboren baby maakt nog niet zijn eigen melatonine aan. Melatonine is het slaaphormoon, dat aangemaakt wordt als reactie op gedimd licht, wat voor slaperigheid zorgt. Het varieert wanneer je baby zijn eigen endogene (lichaamseigen) melatonine gaat aanmaken. Onderzoek toont aan dat dit gemiddeld tussen de leeftijd van 1 en 2 maanden gebeurt (Bruni et al, 2014) en dat de concentratie van melatonine bij zonsondergang beduidend hoger wordt  rond de 45e levensdag van de baby (McGraw et al, 1999). Rond de derde levensmaand begint de endogene productie van melatonine (en dat van cortisol) in een 24-uurs ritme te lopen (Jenni & Carskadon, 2005), onder invloed van een specifiek rijpingsproces van de hersenen in combinatie met sociale en omgevingsinvloeden. Blauw licht remt de productie van melatonine (lees meer over blauw licht hier) terwijl gedimd licht de hersenen juist een prikkel geeft om melatonine te gaan afscheiden. Als de baby nog geen (of te weinig) lichaamseigen melatonine heeft zal het slaappatroon dus in eerste instantie meer door voeding gereguleerd worden dan door licht, in combinatie met een hoge slaapbehoefte. Daarom wordt er dus af en aan geslapen, zonder een echt ritme en zonder langere dutjes, er moet immers gedronken worden.

De slaap zelf is anders

De slaap zelf is bij een pasgeborene anders dan bij oudere baby’s, kinderen en volwassenen. Ongeveer 80% van de slaap wordt doorgebracht in REM-slaap of ook wel bij jonge baby’s actieve slaap genoemd (lees hier meer over REM-slaap), waarschijnlijk omdat dit te maken heeft met ontwikkeling en rijping van het brein. De overige 20% is diepe NREM-slaap (rustigere slaap genoemd bij jonge baby’s) en zogenaamde ‘indeterminate’ slaap (slaap die niet als REM of NREM gezien kan worden). Dit heeft als gevolg dat een slaapcyclus van een pasgeborene kort is, zo’n 30 tot 40 minuten. In de eerste 6 maanden verandert er veel in de opbouw van een slaapcyclus, de slaaparchitectuur rijpt en verandert.

Wat is belangrijk bij pasgeboren baby’s?

In eerste instantie: binding. De hechtingsrelatie tussen ouders en baby geeft goed fundament voor vele zaken, waaronder slaap. Verder wil je het voeden optimaliseren. Baby’s hebben nog maar een klein maagje waardoor ze frequent gevoed moeten worden. Maak er prioriteit van dat je baby rustig en efficiënt drinkt. Dit voorkomt veel fysiek ongemak. Veel slaapproblemen zijn gemaskeerde voedingsproblemen. Vaak wordt de tijd dat een baby wakker kan zijn besteed aan voeden, verschonen, communiceren en knuffelen. Meer hoeft nog niet. Zodra baby een circadiaans ritme ontwikkelt (een dag- en nachtritme) wordt het patroon van slapen en waken ook iets voorspelbaarder.

Wat kan je doen aan slaap?

Slaap bij pasgeborenen blijft een poos onvoorspelbaar en rommelig. Dat is niet erg. Het slapen gaat in de eerste maanden ontzettend veranderen. Voornaamste tip is dan ook: doe wat je gevoel je ingeeft. Is dat dragen, dan draag je, is dat contactslaap dan is dat ook niet erg. De meeste kinderen groeien hier vanzelf uit en lukt het niet om dat te veranderen dan is er altijd hulp beschikbaar om het weer af te bouwen. Andere tips zijn:

  • Je kunt het proces van ontwikkeling van het circadiaans ritme iets versnellen door je baby bloot te stellen aan 12 uur daglicht (met bijbehorende geluiden, licht en activiteit) en 12 uur donker (met weinig geluid, activiteit en licht) (Rivkees, 2003).
  • Zo klein als je baby nog is, een simpel en korte routine vóór het slaapje kan je baby na verloop van tijd al een seintje gaan geven dat er geslapen gaat worden. Zing bijvoorbeeld altijd hetzelfde liedje voor het slapen gaan. Meer over het bedtijdritueel lees je hier.
  • Je kunt uitproberen of white noise helpt bij de overgang van baarmoeder naar de wereld (meer daarover hier).
  • Als je baby het lastig vindt om in het wiegje te slapen kan je het wiegje voorverwarmen met een kruik.
  • Overweeg een co-sleeper om het jezelf en je baby wat makkelijker te maken of slaap (veilig) samen (meer over veilig samen slapen lees je hier).
  • Probeer kalmeringstechnieken bij onrust uit zoals: shhh-en met je stem, laten zuigen op vinger/speen (als voeding goed is ingesteld), voor sommige baby’s kan inbakeren rust geven.
  • Observeer! Kijk goed naar je baby, leer zijn/haar signalen kennen. Je zult je baby soms te laat een slaapje aanbieden, kijk dan terug en probeer te achterhalen of je het eerder had kunnen zien aan je baby dat hij/zij moe was. Leer de slaapsignalen van je kind kennen.
  • Slaapt je baby nog vooral bij jou of in de draagzak? Probeer eens bij 1 slaapje of het lukt om je baby slaperig te maken en dan in een bedje te leggen. In de eerste weken hoef je hier echt nog niet mee bezig te zijn, dan is er nog geen ritme, is veel nog onvoorspelbaar en doe je gewoon wat nodig is. Je merkt vanzelf wanneer de tijd rijp is om te oefenen.
  • Zorg ook goed voor jezelf. Zoek hulp, steun en herkenning als het leven met een baby je zwaar valt. Je hoeft het niet alleen te doen!

Wil je mij volgen?

Like en volg me op Facebook, Instagram en abonneer je op de nieuwsbrief hieronder!

Slaap Zoet Consuela Hendriks Gz-psycholoog Orthopedagoog Droomritmecoach Slaapcoach

Over de auteur

Consuela Hendriks is BIG-geregistreerd GZ-psycholoog, orthopedagoog en gecertificeerd slaapcoach. Ze is bijna 20 jaar werkzaam in de geestelijke gezondheidszorg. Met haar jarenlange ervaring in haar praktijk voor psychologische en pedagogische hulpverlening, diagnostiek en 1e en 2e lijnsbehandeling voor kinderen, jongeren en jongvolwassenen heeft zij veel gezinnen mogen ondersteunen bij ontwikkelings- en opvoedingsvraagstukken, waaronder slaapproblematiek. Haar expertise en ervaring ligt niet alleen op het gebied van zich 'normaal' ontwikkelende kinderen maar tevens op het gebied van kinderen met ontwikkelingsstoornissen. Klik op de foto om meer te lezen over Consuela Hendriks.

Abonneer je op de nieuwsbrief!

Referenties:

Bruni, O., Baumgartner, E., Sette, S., Ancona, M., Caso, G., Di Cosimo, M. E., … & Ferri, R. (2014). Longitudinal study of sleep behavior in normal infants during the first year of life. Journal of Clinical Sleep Medicine10(10), 1119-1127.

Davis, K. F., Parker, K. P., & Montgomery, G. L. (2004). Sleep in infants and young children: Part one: normal sleep. Journal of Pediatric Health Care18(2), 65-71.

Jenni, O. G., & Carskadon, M. A. (2005). Normal human sleep at different ages: Infants to adolescents. SRS basics of sleep guide, 11-19.

McGraw, K., Hoffmann, R., Harker, C., & Herman, J. H. (1999). The development of circadian rhythms in a human infant. Sleep22(3), 303-310.

Rivkees, S. A. (2003). Developing circadian rhythmicity in infants. Pediatrics112(2), 373-381.

Sheldon, S. H. (2005). Sleep in infants and children. Sleep: A comprehensive handbook, 507-510.

Delen: