Slaap Zoet voeden spelen slapen

Voeden-Spelen-Slapen, is dat wel gewenst?

Voeden-spelen-slapen ritmes worden veel geadviseerd bij jonge baby’s. Doel ervan zou zijn om een routine te creëren waarbij de baby wordt aangemoedigd om na de voeding niet in slaap te vallen, zodat de baby leert ‘zelfstandig in slaap te vallen’. Voeden wordt daarmee als boosdoener bestempeld, en wordt een negatieve slaapassociatie genoemd.

Werkt het?

Voor sommige kinderen werkt dit, dit zijn de baby’s die over het algemeen relaxed zijn en vanuit een spelsituatie dusdanig kunnen terugschakelen dat ze in slaap kunnen vallen. Voor (veel) andere baby’s werkt het echter totaal niet. Voor heel veel baby’s is het in slaap voeden juist heel functioneel, helpend en gepast. (NB. Wanneer er excessieve voedingen zijn, dan is het zaak om dit nader te onderzoeken, mogelijk speelt er dan een onderliggend fysiek of voedingsprobleem.) Voor heel veel baby’s is het moeilijk om zelfstandig in slaap te vallen zonder co-regulatie en aanwezigheid van ouder/opvoeder. En juist moeilijk om wakker te blijven tijden een voeding. Heb je wel eens gemerkt dat het soms (of vaak) vechten tegen de bierkaai is? Je baby wordt slaperig, ogen vallen dicht…Wat doe je dan? Je baby opzettelijk wakker maken, een koude washand tegen het gezicht (ik heb serieus wel eens dit advies gehoord)? Dit signaal dat je baby wilt slapen compleet negeren of uitstellen totdat het spelen heeft plaatsgevonden?

Niet responsief

Je vasthouden aan een ritme van voeden-spelen-slapen is geen responsieve zorg. Met andere woorden, het negeert het afstemmen van de ouder/opvoeder op de communicatie en onderliggende behoeften van het kind.

Terwijl we weten dat responsiviteit de neurohormonale synchronie tussen moeder en baby optimaliseert, wat wederzijds gunstige fysieke, gedragsmatige en psychologische effecten heeft voor zowel de korte als de lange termijn (Rilling, 2013; Swain, Lorberbaum, Kose, & Strathearn, 2007).

Slapen uitstellen gaat volledig voorbij aan de biologie van voeden. Het voeden van een baby is door moeder natuur zo ontworpen dat baby erop in slaap valt (lees de blog over de invloed van hormonen bij borstvoeding hier).

⁠Wat gebeurt er tijdens/na een voeding?

Zo zorgt cholecystokinine, dat wordt afgegeven als reactie op voeden, voor een gevoel van verzadiging en stopt het hongergevoel en zorgt het voor slaperigheid.

Brain-derived neurotrophic factor ofwel BDNF (opgewekt door zuigen (Nassar et al., 2011)) induceert diepe NREM slaap. Daarnaast voorkomt het ‘plezier-eten’ en daarmee overeten (Cordeira, et al., 2010).

Leptine, een verzadigingshormoon dat wordt afgescheiden tijdens en na het eten, reguleert honger. Het zorgt ervoor dat je je verzadigd voelt.

Postprandiale somnolentie

Voeden vóór het slapen is dus heel normaal, zorgt voor somnolentie (slaperigheid) en reduceert hongergevoel.

Er is zelfs een woord voor: postprandriale somnolentie, wat vertaald kan worden als slaperigheid na de maaltijd, ofwel de bekende after-dinner-dip.

Conclusie

Dus, voeden-slapen-spelen is heel normaal.

Koppel je dat doelbewust los dan koppel je opgebouwde slaapdruk die de baby voelt los van het slapen zelf. Dit heeft als risico dat het problemen kan geven bij het in slaap vallen (de stimulus slaapdruk wordt immers niet gevolgd door slapen) (Whittingham & Douglas, 2014).

Bovendien kan je het ook omdraaien: Als je direct na het slapen gaat voeden, kan dít geconditioneerd waken geven. Waken wordt dan een anticipatoire respons, een reactie die optreedt voordat de prikkel die het oproept (voeden) wordt gepresenteerd. Met andere woorden, waken gebeurt dan omdat het herhaaldelijk voorafgaat aan het voeden. Het lichaam heeft ‘geleerd’ dat na waken voeding volgt….

Food for thought.

Wil je mij volgen?

Like en volg me op FacebookInstagram en abonneer je op de nieuwsbrief hieronder. Geen spam, enkel de nieuwe blogs boordevol tips en informatie rondom slapen en opvoeding.

Is deze blog interessant voor iemand die je kent? Deel deze blog gerust met anderen. Zie de buttons voor delen onderaan de blog.

Slaap Zoet Consuela Hendriks Gz-psycholoog Orthopedagoog Droomritmecoach Slaapcoach

Over de auteur

Consuela Hendriks is BIG-geregistreerd GZ-psycholoog, orthopedagoog en gecertificeerd slaapcoach. Ze is bijna 20 jaar werkzaam in de geestelijke gezondheidszorg. Met haar jarenlange ervaring in haar praktijk voor psychologische en pedagogische hulpverlening, diagnostiek en 1e en 2e lijnsbehandeling voor kinderen, jongeren en jongvolwassenen heeft zij veel gezinnen mogen ondersteunen bij ontwikkelings- en opvoedingsvraagstukken, waaronder slaapproblematiek. Haar expertise en ervaring ligt niet alleen op het gebied van zich 'normaal' ontwikkelende kinderen maar tevens op het gebied van kinderen met ontwikkelingsstoornissen. Klik op de foto om meer te lezen over Consuela Hendriks.

Abonneer je op de nieuwsbrief!

Referenties:

Cordeira, J. W., Frank, L., Sena-Esteves, M., Pothos, E. N., & Rios, M. (2010). Brain-derived neurotrophic factor regulates hedonic feeding by acting on the mesolimbic dopamine system. Journal of neuroscience, 30(7), 2533-2541.

Nassar, M. F., Younis, N. T., El‐Arab, S. E., & Fawzi, F. A. (2011). Neuro‐developmental outcome and brain‐derived neurotrophic factor level in relation to feeding practice in early infancy. Maternal & child nutrition, 7(2), 188-197.

Rilling, J.K. (2013). The neural and hormonal bases of human parental care. Neuropsychologia, 51, 731–747.

Swain, J.E., Lorberbaum, J.P., Kose, S., & Strathearn, L. (2007). Brain basis of early parent-infant interactions: Psychology, physiology, and in vivo functional neuroimaging studies. Journal of Child Psychology and Psychiatry, 48, 262–287.

Whittingham, K., & Douglas, P. (2014). Optimizing parent–infant sleep from birth to 6 months: a new paradigm. Infant mental health journal, 35(6), 614-623.

Bron foto: Markus Spiske via Unsplash

Delen: