baby hand

Waarom geen slaaptraining, het werkt toch?

Nou, soms ja.

  • Er is een groep baby’s waarbij slaaptraining (een laten huilen methode) ‘werkt’.
  • Er is een groep waarbij dat heel moeizaam gaat en zo’n training erg lang duurt.
  • Er is een groep waarbij het niet lukt.

En dat het bij een groep ‘werkt’ verdient toelichting.

Perceptie dat het werkt

Het werkt aan de oppervlakte.

De perceptie van de ouder/opvoeder is dat de baby minder wakker wordt, omdat ze zelf niet meer door de baby worden gewekt. Onderzoek toont echter aan dat het kind niet minder wakker wordt maar nog even vaak waakt, alleen niet meer signaleert en de ouders wekt (Hall et. al., 2015).

Het probleem is dus dat ouders weliswaar effect van slaaptraining rapporteren maar de studies waarbij wél objectieve metingen gedaan worden van de daadwerkelijke slaap (met actigrafie of PSG) tonen geen effect aan van slaaptraining (Stremler et. al., 2013; Hall et. al., 2015; Galland et.al., 2017). Baby’s die slaaptraining hadden gehad werden nog net zo vaak wakker als baby’s zonder slaaptraining.

Effect vooral voor de ouder/opvoeder

Het ‘effect’ zit hem er dus in dat ouders minder ‘last’ ervaren na een slaaptraining, hun kind is stil.

Dit is voor de ouders vooral fijn, en draagt bij aan meer slaap, minder moeheid en betere stemming voor hén. Maar tegen welke prijs…?

Overigens is dit ogenschijnlijke door ouders gerapporteerde effect (niet objectief gemeten) vaak niet blijvend (Hiscock & Wake, 2001; Hiscock et. al., 2008) en slaaptraining heeft vaak herhaling nodig (Loutzenhiser et.al., 2014).

Regulatie

De vraag is of de baby’s die na het wakker worden niet meer signaleren echt geleerd hebben om hun emoties te reguleren, zichzelf te reguleren? Of hebben ze nog steeds dezelfde nabijheid en hulp nodig maar hebben ze geleerd niet meer erom te ‘vragen’ omdat er toch niemand komt…

Argumenten

Ik werk liever vanuit verbinding met het kind. Ik wil niet werken met separatie-gebaseerde technieken waarbij je baby’s laat huilen. Bekijk dit korte rijtje opgesomde argumenten eens waarom ik daar zo over denk.

  • Korter slapen zorgt voor meer waakmomenten (arousals), die beschermend zijn tegen wiegendood (McKenna & Mosko, 1990). Je wilt niet dat baby’s kunstmatig in diepere slaap komen, zo heeft de natuur het niet bedoeld.
  • Langer slapen in de nacht en het onthouden van voedingen kan de melkproductie reduceren (Ball & Russel, 2012; Brown et. al., 2011; Daly & Hartmann, 1995) en de borstvoedingsperiode verkorten.
  • Een mensenbaby is aangewezen op co-regulatie en kan zichzelf niet/zeer beperkt kalmeren (Rothbarth et. al., 1992). Zelfregulatie en emotieregulatie ontwikkelen zich met leeftijd én in relatie tot de ouder (Anders, 1994).
  • Responsief ouderschap beïnvloedt het ontwikkelend brein positief, terwijl dysregulatie en de daaropvolgende epigenetische veranderingen als gevolg van separatie (zoals bij een cry it out methode) juist schadelijk zijn (Bergman, 2014).
  • Een baby laten huilen elimineert kansen om de baby en zijn unieke signalen te leren kennen en het beïnvloedt de moeder-kind interactie in negatieve zin (Ludington-Hoe, Cong, & Hashemi, 2002).
  • Slaaptraining verzwakt de ouderlijke intuïtie en versterkt juist de focus op maatschappelijke irreële verwachtingen.
  • De hele dag met slaap bezig zijn ontneemt de baby kansen op sensomotorische verrijking en ervaring (Whittingham & Douglas, 2014).
  • Baby’s zijn aangewezen op zorg, mensenbaby’s zijn de meest immature zoogdieren. Het is de voorbestemde behoefte van een baby om dicht bij de ouder/verzorger te zijn. Zo vergroot het zijn overlevingskans (Hofer & Sullivan, 2008; Sullivan et al., 2011).
  • De compositie van moedermelk is niet ingesteld op lange tijd alleen zijn, maar op frequent drinken ten behoeve van neurologische groei (Kent et. al., 2006; Jenness, 1979). We zijn geen nest-dieren waarbij het jong lange tijd alleen wordt gelaten in het nest..
  • Nabijheid zorgt voor ontspanning en een gevoel van veiligheid en activeert het parasympathische zenuwstelsel (de staat van rust die nodig is voor slaap), terwijl afzondering van de ouder/verzorger voor stress en angst kan zorgen (Gunnar, 2017).

Conclusie

Het werkt dan misschien aan de oppervlakte maar nogmaals, tegen welke prijs? Je snoeit de takjes netjes bij. En dat ziet er eventjes mooi uit, daar heb je vooral zelf plezier van. Maar je voedt de bodem niet. En een plant kan pas bloemen en vruchten geven als het goed en diep geworteld is…Daar heeft het voeding en verzorging voor nodig. En nee, wij zijn ook geen planten, net zomin als we nestdieren zijn, we hebben méér nodig dan planten, niet minder. 

Wil je mij volgen?

Like en volg me op FacebookInstagram en abonneer je op de nieuwsbrief hieronder. Geen spam, enkel de nieuwe blogs boordevol tips en informatie rondom slapen en opvoeding.

Is deze blog interessant voor iemand die je kent? Deel deze blog gerust met anderen. Zie de buttons voor delen onderaan de blog.

Slaap Zoet Consuela Hendriks Gz-psycholoog Orthopedagoog Droomritmecoach Slaapcoach

Over de auteur

Consuela Hendriks is BIG-geregistreerd GZ-psycholoog, orthopedagoog en gecertificeerd slaapcoach. Ze is bijna 20 jaar werkzaam in de geestelijke gezondheidszorg. Met haar jarenlange ervaring in haar praktijk voor psychologische en pedagogische hulpverlening, diagnostiek en 1e en 2e lijnsbehandeling voor kinderen, jongeren en jongvolwassenen heeft zij veel gezinnen mogen ondersteunen bij ontwikkelings- en opvoedingsvraagstukken, waaronder slaapproblematiek. Haar expertise en ervaring ligt niet alleen op het gebied van zich 'normaal' ontwikkelende kinderen maar tevens op het gebied van kinderen met ontwikkelingsstoornissen. Klik op de foto om meer te lezen over Consuela Hendriks.

Abonneer je op de nieuwsbrief!

Referenties:

Anders, T. F. (1994). Infant sleep, nighttime relationships, and attachment. Psychiatry57(1), 11-21.

Ball, H. L., & Russell, C. K. (2012). Nighttime nurturing: An evolutionary perspective on breastfeeding and sleep. Evolution, early experience and human development: From research to practice and policy, 241-261.

Bergman, N. J. (2014). The neuroscience of birth-and the case for Zero Separation. Curationis37(2), 1-4.

Brown, A., Raynor, P., & Lee, M. (2011). Maternal control of child‐feeding during breast and formula feeding in the first 6 months post‐partum. Journal of Human Nutrition and Dietetics24(2), 177-186.

Daly, S. E., & Hartmann, P. E. (1995). Infant demand and milk supply. Part 1: Infant demand and milk production in lactating women. Journal of Human Lactation11(1), 21-26.26.

Douglas, P. S., & Hill, P. S. (2013). Behavioral sleep interventions in the first six months of life do not improve outcomes for mothers or infants: a systematic review. Journal of Developmental & Behavioral Pediatrics34(7), 497-507.

Galland, B. C., Sayers, R. M., Cameron, S. L., Gray, A. R., Heath, A. L. M., Lawrence, J. A., … & Taylor, R. W. (2017). Anticipatory guidance to prevent infant sleep problems within a randomised controlled trial: infant, maternal and partner outcomes at 6 months of age. BMJ open7(5), e014908.

Gradisar, M., Jackson, K., Spurrier, N. J., Gibson, J., Whitham, J., Williams, A. S., … & Kennaway, D. J. (2016). Behavioral interventions for infant sleep problems: a randomized controlled trial. Pediatrics137(6).

Gunnar, M. R. (2017). Social buffering of stress in development: A career perspective. Perspectives on Psychological Science12(3), 355-373.

Ludington-Hoe, S., Cong, X., & Hashemi, F. (2002). Infant crying: nature, physiologic consequences, and select interventions. Neonatal network, 21(2), 29-36.

Hall, W. A., Hutton, E., Brant, R. F., Collet, J. P., Gregg, K., Saunders, R., … & Wooldridge, J. (2015). A randomized controlled trial of an intervention for infants’ behavioral sleep problems. BMC pediatrics15(1), 1-12.

Hiscock, H., & Wake, M. (2001). Infant sleep problems and postnatal depression: a community-based study. Pediatrics107(6), 1317-1322.

Hiscock, H., Bayer, J. K., Hampton, A., Ukoumunne, O. C., & Wake, M. (2008). Long-term mother and child mental health effects of a population-based infant sleep intervention: cluster-randomized, controlled trial. Pediatrics122(3), e621-e627.

Hofer, M. A., & Sullivan, R. M. (2008). Toward a neurobiology of attachment.

Jenness, R. (1979, July). The composition of human milk. In Seminars in perinatology (Vol. 3, No. 3, pp. 225-239).

Kent, J. C., Mitoulas, L. R., Cregan, M. D., Ramsay, D. T., Doherty, D. A., & Hartmann, P. E. (2006). Volume and frequency of breastfeedings and fat content of breast milk throughout the day. Pediatrics117(3), e387-e395.

Loutzenhiser, L., Hoffman, J., & Beatch, J. (2014). Parental perceptions of the effectiveness of graduated extinction in reducing infant night-wakings. Journal of reproductive and infant psychology32(3), 282-291.

McKenna, J. J., & Mosko, S. (1990). Evolution and the sudden infant death syndrome (SIDS). Human Nature1(3), 291-330.

McKenna, J. J., Mosko, S., Dungy, C., & McAninch, J. (1990). Sleep and arousal patterns of co‐sleeping human mother/infant pairs: A preliminary physiological study with implications for the study of sudden infant death syndrome (SIDS). American Journal of Physical Anthropology83(3), 331-347.

Rothbart, M. K., Ziaie, H., & O’boyle, C. G. (1992). Self‐regulation and emotion in infancy. New directions for child and adolescent development1992(55), 7-23.

Stremler, R., Hodnett, E., Kenton, L., Lee, K., Weiss, S., Weston, J., & Willan, A. (2013). Effect of behavioural-educational intervention on sleep for primiparous women and their infants in early postpartum: multisite randomised controlled trial. Bmj346.

Sullivan, R., Perry, R., Sloan, A., Kleinhaus, K., & Burtchen, N. (2011). Infant bonding and attachment to the caregiver: insights from basic and clinical science. Clinics in perinatology38(4), 643-655.

Whittingham, K., & Douglas, P. (2014). Optimizing parent–infant sleep from birth to 6 months: a new paradigm. Infant Mental Health Journal35(6), 614-623.

Foto: Aditya Romansa via Unsplash

Delen: