Waarom is snurken een alarmbel?

Ondanks het feit dat luidruchtige slaap bij kinderen heel gewoon en tot op zekere hoogte normaal is, is snurken dat zeker niet. Het kan een teken zijn dat een kind niet goed kan ademen, wat resulteert in een slechte slaapkwaliteit. Snurkende kinderen kunnen symptomen vertonen die wijzen op obstructieve slaapapneu (OSA) (Nieminen, Tolonen & Löppönen (2000).

Het verschil tussen snurken en obstructieve slaapapneu

Snurken is iets anders dan OSA.

OSA wordt gedefinieerd als “een ademhalingsstoornis tijdens de slaap die wordt gekenmerkt door langdurige gedeeltelijke obstructie van de bovenste luchtwegen en/of intermitterende volledige obstructie (obstructieve apneu) die de normale ventilatie tijdens de slaap en normale slaappatronen verstoort” (ATS, 1996).

Primair snurken is het snurken zonder geassocieerde apneu, hypopneu (bijna stilstand van de adem), hypoxemie (eerste fase van zuurstofgebrek), hypercapnie (verhoogd koolstofdioxide in het bloed) of slaapfragmentatie (Section on pediatric pulmonology, 2002).

Snurken wordt vaak geassocieerd met OSA en patiënten die aanvankelijk alleen primair snurken kunnen risico lopen op de toekomstige ontwikkeling van OSA met leeftijd of gewichtstoename (American Academy of Sleep Medicine, 2005).

Diagnose

Diagnose kan niet worden gesteld door alleen het afnemen van vragenlijsten en klinische geschiedenis. Om primair snurken bij kinderen te onderscheiden van OSA, moeten er aanvullende  diagnostiek worden verricht (Section on pediatric pulmonology, 2002). Nachtelijke polysomnografie in een slaaplaboratorium wordt beschouwd als de gouden standaard voor de diagnose en beoordeling van OSA bij kinderen en moet cardiorespiratoire monitoring omvatten (hartslag en ademhaling), evenals elektro-encefalografische (hersenactiviteit), elektro-oculografische (oogbewegingen) en elektro-myografische (spieractiviteit) monitoring.

Omdat kinderen met slaapgerelateerde ademhalingsstoornissen (SDB) een verhoogd risico lopen op neurocognitieve stoornissen (Menzies et.al., 2022) en probleemgedrag in de latere kindertijd (Jesaja et.al., 2021), is het van belang om een arts te raadplegen als je kind (structureel) snurkt.

Oorzaken

Er kunnen veel redenen zijn om te snurken of met open mond te ademen, en we hebben het niet over af en toe snurken tijdens een verkoudheid of als gevolg van positionering.

Enkele van de (vele) onderliggende oorzaken van snurken of slaapgerelateerde ademhalingsstoornissen zijn adenotonsillaire hypertrofie (vergrote neus-/keelamandelen), obesitas, craniofaciale, larynx-, neurologische, anatomische en neuromusculaire afwijkingen (Chandrasekar et. al., 2022; Huang & Guilleminault, 2017).

Behandeling

Afhankelijk van de gevonden onderliggende oorzaak kan de arts een passende behandeling inzetten.

Omdat snurken en obstructieve symptomen na verloop van tijd kúnnen verdwijnen, kan een normale polysomnografie-bevinding de arts helpen beslissen om een observatieperiode in te stellen om te kijken wat het verloop is.

Adenotonsillectomie (verwijderen neus- en keelamandelen) is in de meeste gevallen een curatieve behandeling van OSA bij kinderen, terwijl adenoïdectomie (verwijderen neusamandelen) alleen niet voldoende lijkt te zijn (Nieminen, Tolonen & Löppönen, 2000).

Wil je mij volgen?

Like en volg me op FacebookInstagram en abonneer je op de nieuwsbrief hieronder. Geen spam, enkel de nieuwe blogs boordevol tips en informatie rondom slapen en opvoeding.

Is deze blog interessant voor iemand die je kent? Deel deze blog gerust met anderen. Zie de buttons voor delen onderaan de blog.

Slaap Zoet Consuela Hendriks Gz-psycholoog Orthopedagoog Droomritmecoach Slaapcoach

Over de auteur

Consuela Hendriks is BIG-geregistreerd GZ-psycholoog, orthopedagoog en gecertificeerd slaapcoach. Ze is bijna 20 jaar werkzaam in de geestelijke gezondheidszorg. Met haar jarenlange ervaring in haar praktijk voor psychologische en pedagogische hulpverlening, diagnostiek en 1e en 2e lijnsbehandeling voor kinderen, jongeren en jongvolwassenen heeft zij veel gezinnen mogen ondersteunen bij ontwikkelings- en opvoedingsvraagstukken, waaronder slaapproblematiek. Haar expertise en ervaring ligt niet alleen op het gebied van zich 'normaal' ontwikkelende kinderen maar tevens op het gebied van kinderen met ontwikkelingsstoornissen. Klik op de foto om meer te lezen over Consuela Hendriks.

Abonneer je op de nieuwsbrief!

Referenties:

American Academy of Sleep Medicine. International classification of sleep disorders: diagnostic and coding manual. 2nd ed. Westchester, IL: American Academy of Sleep Medicine; 2005.

American Thoracic Society. Standards and indications for cardiopulmonary sleep studies in children. Am J Respir Crit Care Med 1996;153:866–878.

Chandrasekar, I., Tablizo, M. A., Witmans, M., Cruz, J. M., Cummins, M., & Estrellado-Cruz, W. (2022). Obstructive Sleep Apnea in Neonates. Children, 9(3), 419.

Huang, Y. S., & Guilleminault, C. (2017). Pediatric obstructive sleep apnea: where do we stand?. Sleep-Related Breathing Disorders, 80, 136-144.

Isaiah, A., Ernst, T., Cloak, C. C., Clark, D. B., & Chang, L. (2021). Associations between frontal lobe structure, parent-reported obstructive sleep disordered breathing and childhood behavior in the ABCD dataset. Nature communications, 12(1), 1-10.

Lumeng, J. C., & Chervin, R. D. (2008). Epidemiology of pediatric obstructive sleep apnea. Proceedings of the American Thoracic Society, 5(2), 242-252.

Menzies, B., Teng, A., Burns, M., & Lah, S. (2022). Neurocognitive outcomes of children with sleep disordered breathing: a systematic review with meta-analysis. Sleep Medicine Reviews, 101629.

Nieminen, P., Tolonen, U., & Löppönen, H. (2000). Snoring and obstructive sleep apnea in children: a 6-month follow-up study. Archives of Otolaryngology–Head & Neck Surgery, 126(4), 481-486.

Section on Pediatric Pulmonology, & Subcommittee on Obstructive Sleep Apnea Syndrome. (2002). Clinical practice guideline: diagnosis and management of childhood obstructive sleep apnea syndrome. Pediatrics, 109(4), 704-712.

Delen: