Slaap Zoet waarom dichtbij ouders slapen

Waarom slapen kinderen graag dicht bij hun ouder(s)/opvoeder(s)?

De meeste kinderen zouden, als ze mochten kiezen, het liefst dicht bij hun ouder(s)/opvoeder(s) slapen. Maar, veel kinderen mogen niet kiezen. Vaak bepaalt de ouder/opvoeder waar het kind slaapt. Al dan niet gedreven door het huidige slaap-paradigma. Met de beste intenties. En aangezien je niet weet wat je niet weet, is het goed om erover te schrijven.

Geldende slaap-paradigma in WEIRD samenlevingen

Het geldende denkkader over slaap in westerse, geschoolde, geïndustrialiseerde, rijke en democratische samenlevingen (zogenaamde WEIRD societies) is overwegend dat kinderen solitair zouden moeten slapen, dat ze snel onafhankelijk zouden moeten worden. Deze boodschap wordt in sociale media gegeven, evenals door ‘deskundigen’ en in vele (slaap)boeken. Als je slaap door deze lens bekijkt zullen veel ouders/verzorgers een gevoel van falen ervaren als hun kind niet ‘volgens het boekje’ slaapt en wordt het slaapgedrag van het kind al snel als ‘slaapprobleem’ of zelfs stoornis bestempeld.

Wat we vergeten, is dat deze WEIRD samenlevingen slechts 12 procent uitmaken van de wereldpopulatie. De overgrote meerderheid van de mensen komt dus niet uit dergelijke samenlevingen. Veel onderzoeksresultaten baseren zich echter op participanten uit WEIRD samenlevingen (zo’n 80%-96%) en geven dus niet altijd een representatief beeld van de wereldbevolking (Henrich et al., 2010; APA, 2010). Dus, hoe zit het met die andere 88 procent van de wereldbevolking? Daar hoor je maar weinig over op Instagram of Facebook…

Evolutie

Mensenbaby’s zijn net zoals andere zoogdieren niet ontworpen om apart van de ouder/opvoeder te slapen. Welk ander zoogdier legt zijn jongen in aparte holletjes? Maar wij blijken dit belangrijk te vinden, terwijl het evolutionair zo vreemd is. Had de mensheid dat vroeger gedaan dan waren we waarschijnlijk uitgestorven. Maar wij willen nog sneller dan snel. Zelfs vogels duwen hun jongen pas het nest uit als ze kunnen vliegen. Wij duwen ze er al uit vóórdat ze kunnen vliegen, en kijken dan raar op als dit niet werkt.

De maatschappelijke ratrace

We worden steeds maar weer opgeslokt door die maatschappelijke eisen. We hebben veel te veel haast. We proberen de ontwikkeling van onze kinderen te versnellen, om die haastige eisen en verwachtingen maar bij te kunnen benen. Maar ontwikkeling ontvouwt zich op het moment dat het daar tijd voor is. En zo is het ook bij slaap. Onafhankelijkheid kan je niet pushen (lees meer hier). Net zoals je een kind niet kunt dwingen om te lopen voordat het daar klaar voor is kan je een kind niet dwingen om onafhankelijk te zijn voordat het er klaar voor is.

Voor onafhankelijke slaap is heel wat nodig

Voor onafhankelijke slaap is heel wat nodig. Een algeheel gevoel van kalmte en relaxt zijn (gereguleerd zijn); voldoende homeostatische slaapdruk; vervulde behoeften op het gebied van beweging, stimulatie, verbinding, voeding; een omgeving die slaap bevordert; de juiste timing; om maar wat zaken te noemen.

En laat een aantal van die zaken nou net zijn wat kinderen nog niet zelfstandig kunnen. Kinderen kunnen zichzelf nog niet reguleren, althans niet van een staat van stress naar een staat van kalmte. En laten we wel wezen, apart slapen van je primaire opvoeder kan stress geven. De zogenaamde self-soothers kunnen hooguit met een lichte stress arousal omgaan door bijvoorbeeld op een handje te sabbelen (lees meer over self-soothers en signallers hier). Maar ze kunnen nog niet zelfstandig met stress omgaan (en stress bij een kind kan al zijn door het ondergaan van een badje of door een scheiding van de ouder te ervaren). Ze zijn aangewezen op de ouder/verzorger om stress te reguleren. Ze lenen als het ware het stress-buffer systeem van de ouder/verzorger omdat hun eigen systeem nog niet is ontwikkeld. De gehechtheidsfiguur is ingebed als onderdeel van het stress- en emotieregulatie-systeem van het kind.

Dichtbij de ouder/verzorger slapen geeft een gevoel van veiligheid

Nabijheid zorgt voor ontspanning en een gevoel van veiligheid en activeert het parasympathische zenuwstelsel (de staat van rust die nodig is voor slaap), terwijl afzondering van de ouder/verzorger voor stress en angst kan zorgen (Gunnar,  2017). Het is de voorbestemde behoefte van een kind om dicht bij de ouder/verzorger te zijn. Zo vergroot het kind de overlevingskans (Hofer & Sullivan, 2008; Sullivan et al., 2011).

Waarom slapen kinderen graag dicht bij hun ouder(s)/verzorger(s)?

Omdat de natuur het zo ontworpen heeft. Het is voorbestemd en verhoogt overlevingskansen. Het is biologisch normaal.

Dus wat zijn we dan aan het doen? We proberen tegen de biologie en evolutionaire krachten in te ‘trainen’. En vaak zijn we ons er helemaal niet van bewust dat de natuur het niet zo bedoeld heeft. Als ouder/verzorger heb je het beste voor met je kind. We weten niet wat we niet weten. Hopelijk heeft dit stukje iets meer wetenschap gebracht.

 

Wil je mij volgen?

Like en volg me op FacebookInstagram en abonneer je op de nieuwsbrief hieronder. Geen spam, enkel de nieuwe blogs boordevol tips en informatie rondom slapen en opvoeding.

Is deze blog interessant voor iemand die je kent? Deel deze blog gerust met anderen. Zie de buttons voor delen onderaan de blog.

Slaap Zoet Consuela Hendriks Gz-psycholoog Orthopedagoog Droomritmecoach Slaapcoach

Over de auteur

Consuela Hendriks is BIG-geregistreerd GZ-psycholoog, orthopedagoog en gecertificeerd slaapcoach. Ze is bijna 20 jaar werkzaam in de geestelijke gezondheidszorg. Met haar jarenlange ervaring in haar praktijk voor psychologische en pedagogische hulpverlening, diagnostiek en 1e en 2e lijnsbehandeling voor kinderen, jongeren en jongvolwassenen heeft zij veel gezinnen mogen ondersteunen bij ontwikkelings- en opvoedingsvraagstukken, waaronder slaapproblematiek. Haar expertise en ervaring ligt niet alleen op het gebied van zich 'normaal' ontwikkelende kinderen maar tevens op het gebied van kinderen met ontwikkelingsstoornissen. Klik op de foto om meer te lezen over Consuela Hendriks.

Abonneer je op de nieuwsbrief!

Referenties:

https://www.apa.org/monitor/2010/05/weird

Gunnar, M. R. (2017). Social buffering of stress in development: A career perspective. Perspectives on Psychological Science12(3), 355-373.

Hofer, M. A., & Sullivan, R. M. (2008). Toward a neurobiology of attachment.

Henrich, J., Heine, S. J., & Norenzayan, A. (2010). Most people are not WEIRD. Nature, 466(7302), 29-29.

Sullivan, R., Perry, R., Sloan, A., Kleinhaus, K., & Burtchen, N. (2011). Infant bonding and attachment to the caregiver: insights from basic and clinical science. Clinics in perinatology38(4), 643-655.

Bron foto: Marty Southwell via Unsplash

Delen: