fbpx
ouderschapsstijl

Welke ouderschapsstijl heb jij?

Wanneer we praten over ouderschapsstijlen (of opvoedingsstijlen) wordt er veelal gerefereerd aan de 4 stijlen die Diana Baumrind (1967) heeft beschreven. In deze blog beschrijf ik deze en nog een aantal additionele ouderschapsstijlen en leg ik de link met slaapproblemen.

 De ouderschapsstijlen die Baumrind beschrijft zijn ingedeeld op basis van 2 dimensies:

  • De mate van responsiviteit van de ouder: de manier en snelheid waarop de ouder reageert op het gedrag van het kind, zoals begrijpend, invoelend en betrokken.
  • De mate van controle die de ouder heeft: zoals het stellen van eisen waaraan voldaan moet worden of de hoeveelheid vrijheid die het kind krijgt.

In een kwadrant weergegeven geeft dit vier prototype ouderschapsstijlen, waarbij in de praktijk combinaties van stijlen zichtbaar zijn, het is immers een spectrum met geleidende schaal.

Infograph:

Infograph ouderschapsstijlen

Autoritatieve opvoedingsstijl

Deze opvoedingsstijl kenmerkt zich door het stellen van grenzen en regels, het geven van consequenties volgend op gedrag enerzijds maar ook het prijzen van kinderen en hen betrekken in het maken van beslissingen en oplossen van problemen met begeleiding en ondersteuning anderzijds. Een zowel veeleisende (maar minder veeleisend dan de autoritaire ouder) als responsieve en warme houding typeert deze ouder. Er is een balans in ouderlijke en kinderlijke ‘macht’: het kind krijgt een bepaalde mate van vrijheid en onafhankelijkheid, binnen duidelijke grenzen met duidelijke regels en beperkingen. Dit geeft vaak gelukkige en succesvolle kinderen die goed beslissingen kunnen nemen en keuzes kunnen maken, die risico’s goed kunnen inschatten, sociaal zijn, hun mening kunnen uit en zich verantwoordelijk gedragen.

Autoritaire opvoedingsstijl

Deze opvoedingsstijl kenmerkt zich door strakke regels en straffen. Kinderen worden niet betrokken in het nemen van beslissingen en krijgen maar beperkte vrijheid, de ouder maakt de dienst uit en heeft vaak hoge verwachtingen van het kind en stelt hoge eisen. Worden regels niet door het kind nageleefd volgen er straffen. Mogelijke gevolgen voor het kind zijn een laag zelfbeeld en lage eigenwaarde, weinig probleemoplossend vermogen, een ‘ik kan het niet’ mindset, angst, vijandigheid en agressie.

Permissieve/Toegeeflijke opvoedingsstijl

Deze opvoedingsstijl kenmerkt zich door het ontbreken van grenzen. De ouder is meegaand en laat het kind erg vrij en zal impulsen van het kind niet begrenzen. Er zijn weinig regels opgesteld door de ouder. De ouder ziet het kind meer als een vriend en neemt geen rol van volwassene aan. De ouder kan het kind veel betrekken in volwassenen-problematiek. Gevolgen voor het kind kunnen zijn: gedragsproblemen, weerstand tegen regels en de gevestigde orde, laag zelfbeeld, weinig zelfcontrole en impulsiviteit, egocentrisme en grenzeloosheid.

Niet betrokken/Verwaarlozende opvoedingsstijl

Deze opvoedingsstijl kenmerkt zich door te voorzien in de puur basale behoeften van het kind (basisbehoeften zoals eten, drinken en onderdak) maar geen emotionele betrokkenheid. Er is geen responsiviteit, er zijn geen grenzen, het kind wordt aan zijn lot overgelaten. Deze ouder is afstandelijk en niet betrokken in de belevingswereld van het kind. Dit kan leiden tot gedragsproblemen, lage emotionele intelligentie, weinig zelfvertrouwen en weinig coping mechanismen, weinig flexibiliteit, beperkte sociale vaardigheden en vervreemding.

 

Overige stijlen

Naast deze indeling wordt er ook van (vele) andere ouderschapsstijlen of opvoedingsstijlen gesproken: ik noem enkele bekendere (en ben daarmee nog lang niet volledig):

Positive Parenting

Deze ouderschapsstijl, beschreven door Seligman, richt zich op het in de kracht zetten van het kind, door hen te coachen en gewenst gedrag te belonen, maar niet zozeer regels te stellen. Dit kan leiden tot een beter zelfbeeld en geeft het kind de mogelijkheid zijn eigen potentieel en interesses te ontdekken. Het verbetert probleemoplossend vermogen.

Attachment parenting/Natuurlijk ouderschap

Deze ouderschapsstijl, beschreven door Sears, richt zich op het optimaliseren van de emotionele band tussen ouder en kind. Een responsieve en consistente houding bevordert daarbij een veilige hechting en emotionele intelligentie bij het kind. Er wordt een veilige basis gegeven van waaruit het kind de wereld ontdekt. Het kind stelt groot vertrouwen in de reacties van de ouder. Elementen die deze ouderschapsstijl typeren zijn responsiviteit, borstvoeden, veel huid op huid contact (dragen, massage), co-sleeping, veel samenzijn en positieve correctie. Deze stijl kan leiden tot grotere onafhankelijkheid als kinderen volwassenen worden en heeft positief effect op relaties en zelfbeeld.

Onvoorwaardelijk ouderschap/ Unconditional parenting

Deze stijl, beschreven door Kohn, accepteert en respecteert het kind voor wie het is, ongeacht hoe ze zich gedragen. Er wordt niet gewekt met straffen en belonen maar er wordt meer uitgegaan van samenwerken en het onderzoeken van de onderliggende behoeften van het kind. Het kind leert dat het mag zijn wie hij is, ongeacht wat hij doet. Zo ontwikkelt het zijn eigen karakter, in plaats van zich aan te passen aan wat van hem verwacht wordt.

Spiritueel ouderschap

Deze ouderschapsstijl richt zich op innerlijk bewustzijn en in het nu leven. Kinderen worden opgevoed als onderdeel van de gemeenschap en leren van hun primaire rolmodel hoe ze zich moeten gedragen.

Slow parenting

Deze stijl, beschreven door Honeré, gaat uit van het leven als een reis, in plaats van een bestemming. Er wordt, in plaats van opgeslokt te worden door de haast van deze tijdgeest, de tijd genomen zodat kinderen op hun tempo kunnen leren en exploreren. Dit kan leiden tot creatieve en onderzoekende kinderen.

 

Hoe komt het dat er toch nog vaak de wat hardere ouderschapsstijlen worden gebruikt?

Als je zo het rijtje met ouderschapsstijlen bekijkt is het makkelijk om je eigen ouderschapsstijl in de responsieve hoek te ‘wensen’.  In de praktijk worden echter geregeld veel hardere en op macht gebaseerde stijlen gebruikt. Dit heeft uiteraard meerdere oorzaken en is ook niet in een enkele blog te beschrijven. Maar buiten het feit dat het type rolmodel dat je zelf hebt gehad je eigen ouderschapsstijl kan beïnvloeden (door deze stijl te herhalen dan wel er bewust van te zijn en het te wijzigen) zijn er barrières voor ouders om een responsieve ouderschapsstijl te handhaven:

  • Een strakkere stijl heeft vaak sneller resultaat waardoor ouders voor de quick fix kiezen.
  • Een responsievere stijl vereist denkvermogen van een hogere orde, wat soms lastig is in het heetst van de strijd.
  • Responsief reageren kost toewijding, consistentie en geduld en niet elke ouder kan dit opbrengen.
  • Responsief zijn vereist zelfbewustzijn en zelfreflectie. Dit moet je als ouder kunnen en willen toelaten, het kan een gevoelige snaar raken.
  • Responsief ouderschap vereist het vermogen tot vergiffenis, je moet in staat zijn je eigen acties en die van je kind te kunnen vergeven. Je moet jezelf daarbij kwetsbaar durven opstellen.

 

En wat heeft dit allemaal met slaap te maken?

Slaap beslaat een groot onderdeel van het leven en bevat naast biochemische elementen ook veel gedragselementen. Net zoals met andere opvoedingzaken is het belangrijk om zowel overdag als ’s nachts consistent te reageren op gedrag. Wat doe je overdag als je kind huilt? Wat doe je overdag als je kind grensoverschrijdend gedrag laat zien? Wat doe je overdag als je kind behoefte heeft aan een knuffel of troost? Het is goed om daar als ouder over na te denken. Het ouderschap en de bijbehorende opvoedingstaken houden immers niet op als het nacht is. De ouderschapsstijl moet dus zowel overdag als ’s nachts bij voorkeur responsief, leeftijdsadequaat, positief, duidelijk en vooral consistent zijn, welke ouderschapsstijl je ook hanteert. Dit biedt het kind houvast en veiligheid. Daarnaast is het van groot belang dat ouders realistische verwachtingen hebben van hun kind. En uiteindelijk gaat het daarbij om een balans. Een kind vaart wel bij een ouder die responsief  en positief reageert, maar dit wil niet zeggen dat het stellen van grenzen niet belangrijk is. Zeker bij dreumesen, peuters en kleuters zullen duidelijke kaders een steeds belangrijkere rol innemen, parallel met de ontwikkeling van de autonomie van het kind en exploratie van de wereld. Begrenzen en kaderen kan op een zeer responsieve en liefdevolle manier, het betekent niet ‘streng zijn’. Het betekent dat je het kind kaders geeft waarbinnen het op een veilige manier kan experimenteren. Grenzen mogen getest worden, daar kan een kind alleen maar van leren. De manier waarop gereageerd wordt maakt daarbij het verschil. En wat betreft slapen: Een kind dat overdag geen grenzen aangeboden krijgt en geen responsieve feedback krijgt op het uittesten van gestelde grenzen zal zich ‘s nachts niet ineens wel aan gestelde grenzen houden. Het hangt allemaal met elkaar samen, en daarom is een holistische blik zo belangrijk in de diagnostiek van slaapproblematiek.

Delen:

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *