fbpx
Blog Slaap Zoet hazenslaapjes

Zijn korte slaapjes of hazenslaapjes slecht?

Korte slaapjes, hazenslaapjes, catnaps… In de media wordt vaak het beeld geschetst dat deze slecht zijn. Je ziet regelmatig baby’s die de eerste maanden een gat in de dag sliepen maar met een maand of 3-4 ineens korter gaan slapen. Slaapjes van 20 of 30 minuten. Dergelijke slaapjes worden ook wel eens ‘junk-sleep’ genoemd omdat ze niet herstellend zouden zijn. Maar is dat wel zo? Zijn korte slaapjes of hazenslaapjes slecht?

Functie van slaapjes

Eén van de zaken waarin een baby verschilt van een volwassene is dat het slaapjes doet overdag tot een bepaalde leeftijd. Het doen van slaapjes overdag heeft verschillende functies. In het algemeen zorgt het slapen overdag voor fysiologische homeostase. Met andere woorden, het zorgt ervoor dat het lichaam in balans blijft. Zaken die daarbij horen zijn onder andere het terugbrengen van de opgebouwde slaapdruk, het voorkomen van oververmoeidheid, het reduceren van het stresshormoon cortisol (Watamura et al, 2004), het verbeteren van concentratie en geheugenopslag (Stickgold & Walker, 2005; Kurdziel et al, 2013) en daarmee verbeterde prestaties. Vaak zie je dat als er leeftijdsadequate slaapjes worden gedaan, het kind uitgerust en vrolijk is. Het heeft dus ook positieve invloed op humeur.

Hoeveel slaapjes doen kinderen?

De frequentie van slaapjes varieert per kind. Hoe ouder het kind wordt, des te minder slaapjes het gaat doen. Grofweg wordt er geslapen zoals in de tabel wordt weergegeven, echter is de variatie groot en hangt het af van welk onderzoek je bekijkt. Zie het als een richtlijn, maar blijf dus vooral kijken naar je kind en wat hij nodig heeft.

 
LeeftijdAantal slaapjes
0-3 maandenVariabel, >4
3-6 maanden4
6-9 maanden3
9-16 maanden2
16-24 maanden1
2-2½ jaar1
2½-5 jaar0-1
© Slaap Zoet

Een recente studie (Paavonen et al, 2020) laat zien dat de meerderheid van de kinderen op de leeftijd van 8 maanden 2 slaapjes doet (71,6%), de minderheid doet nog 3 of meer slaapjes (23,7%). Slechts 4,7% doet 1 slaapje. Op de leeftijd van 18 maanden doen vrijwel alle kinderen 1 slaapje (97,8%), en het doen van 2 slaapjes (2,0%) of geen slaapjes (0,2%) kwam weinig voor. Op de leeftijd van 2 jaar deed de meerderheid nog 1 slaapje (97%), een klein percentage geen slaapje (2,7%) en een enkeling nog 2 slaapjes (0,3%).

Waarom slapen sommige kinderen kort?

Biologisch gezien is het kort slapen als baby normaal. Korter slapen zorgt voor meer waakmomenten (arousals), die beschermend zijn tegen wiegendood (McKenna & Mosko, 1990) en voldoende voedingen veilig stellen. Slaapconsolidatie (langer slapen) hangt direct samen met het ontwikkelende en rijpende brein en autonome regulatie. Soms is er echter een andere reden dat er kort geslapen wordt, en in sommige gevallen vraagt dit om behandeling. Enkele redenen kunnen zijn:

  • Intellectuele begaafdheid: Kinderen die hoogbegaafd zijn, hebben vaak minder slaap nodig (Geiger et al, 2010; Vaivre-Douret, 2011).
  • Kinderen met ontwikkelingsproblemen hebben soms gefragmenteerde slaap (Honomichl et al, 2002; Kheirandish & Gozal, 2006; Levanon et al, 1999; Stores, 2001)
  • Kinderen die ademhalingspauzes (apneus) hebben tijdens de slaap kunnen hierdoor korter slapen (Gozal, 2008; Levanon et al, 1999).
  • Discomfort door medische oorzaken zoals reflux, allergieën, huidaandoeningen, oorontsteking, slaapapneu of andere medische aandoeningen.
  • Te weinig beweging door de dag heen of te weinig sensorische stimulatie.
  • Een natuurlijke lage slaapbehoefte.
  • Een ontwikkelingssprong (lees meer daarover hier).
  • Een verkeerde slaapspreiding waardoor je kind te moe ofwel te vroeg naar bed gaat (lees daarover meer hier).

En dan is er een groep kinderen die gewoon geen lange slaapjes doet, ook niet op latere leeftijd. Dit is pas een probleem als het kind zich niet goed ontwikkelt of als het kind de hele dag prikkelbaar en chagrijnig is of als de nachten niet goed gaan. Dan is er ruimte voor het verbeteren van slaapjes overdag of nachtslaap of beiden. Als deze kortslapers wél goed functioneren en zich goed ontwikkelen, vrolijk zijn en ’s nachts goed slapen hoeft dit echter geen enkel probleem te zijn. Vaak is in deze gevallen het vooral ‘lastig’ en onpraktisch voor de ouder.

Maar is het dan wel herstellende slaap?

Het mooie is, dat het brein de slaap zodanig inricht, dat het pakt wat het nodig heeft. Je krijgt meer diepe slaap wanneer je dit nodig hebt, afhankelijk van hoe lang je wakker bent geweest. Hoe meer slaapjes er worden gedaan, des te minder diepe slaap (slow wave sleep/NREM3-4) er is (McDevitt et al, 2012). De slaapjes bestaan dan met name uit de lichtere slaapfasen (NREM1/2). Er wordt vaak gezegd dat dit erg is, dit is niet erg! Korte slaapjes zijn herstellend als dít is wat je nodig hebt. Bij de jonge baby bestaat slaap overigens überhaupt uit andere fasen (lees daarover meer hier).

Als je baby veel slaapjes van 20 minuten doet, dan zullen deze vooral uit lichtere slaap bestaan. Dit is geen enkel probleem, zolang ze maar genoeg van dergelijke hazenslaapjes doen. Vaak zie je dat kinderen die hier goed op functioneren na 20 minuten fris en uitgerust wakker worden.

Doet je kind geen slaapje(s) overdag, om welke reden dan ook, dan zal de hoeveelheid diepe slaap in de nacht groter zijn. Mooi hoe het brein dat regelt toch?

Is er sprake van een (incidenteel) slaaptekort? Dan zal er ook meer diepe slaap zijn ’s nachts. Je ziet dan in de nacht meer diepe slaap én meer REM slaap, ten koste van de lichtere slaapfasen.

Een uitgerust kind dat enkel hazenslaapjes doet zal dus veel korte slaapjes doen met vooral lichte slaap. En dat werkt prima. Voor oververmoeide kinderen ligt het wat anders, dit zijn de kinderen die in slaap ‘crashen’ wat weer andere effecten heeft op hoe de slaapcyclus eruit ziet.

Conclusie

Het is niet zozeer van belang hoelang een slaapje duurt. Korte slaapjes kunnen prima werken voor een kind. Belangrijker in dit geval is om naar de hoeveelheid slaapjes te kijken. Slaapt je baby maar kort, dan heeft het waarschijnlijk meer slaapjes nodig. Daarnaast speelt timing een belangrijke rol. Ben je te vroeg met je baby op bed leggen, dan zal het de slaap mogelijk niet kunnen vatten. Er heeft zich te weinig slaapdruk opgebouwd, en je baby is niet moe genoeg. Ben je te laat, dan wordt slapen ook lastiger, je baby is dan te moe waardoor slapen moeilijker wordt (lees meer daarover hier). Maar gaat je baby op het goede moment slapen, wordt het uitgerust wakker en zijn er geen zorgen rondom ontwikkeling dan zijn deze korte slaapjes geen probleem (in ieder geval niet voor je baby). Zorgen de korte slaapjes wel voor een oververmoeid kind of zijn de nachten erg rommelig, dan kan het raadzaam zijn om dit onder de loep te nemen. In dat geval kan ik altijd met je meekijken om te zoeken naar passende oplossingen (contact opnemen).

Wil je mij volgen?

Like en volg me op FacebookInstagram en abonneer je op de nieuwsbrief hieronder. Geen spam, enkel de nieuwe blogs boordevol tips en informatie rondom slapen en opvoeding.

Vond je het interessant? Deel de blog gerust met degene voor wie dit interessant kan zijn! Zie de buttons onderaan deze blog om te delen.

Slaap Zoet Consuela Hendriks Gz-psycholoog Orthopedagoog Droomritmecoach Slaapcoach

Over de auteur

Consuela Hendriks is BIG-geregistreerd GZ-psycholoog, orthopedagoog en gecertificeerd slaapcoach. Ze is bijna 20 jaar werkzaam in de geestelijke gezondheidszorg. Met haar jarenlange ervaring in haar praktijk voor psychologische en pedagogische hulpverlening, diagnostiek en 1e en 2e lijnsbehandeling voor kinderen, jongeren en jongvolwassenen heeft zij veel gezinnen mogen ondersteunen bij ontwikkelings- en opvoedingsvraagstukken, waaronder slaapproblematiek. Haar expertise en ervaring ligt niet alleen op het gebied van zich 'normaal' ontwikkelende kinderen maar tevens op het gebied van kinderen met ontwikkelingsstoornissen. Klik op de foto om meer te lezen over Consuela Hendriks.

Abonneer je op de nieuwsbrief!

Referenties:

Geiger, A., Achermann, P., & Jenni, O. G. (2010). Association between sleep duration and intelligence scores in healthy children. Developmental psychology46(4), 949.

Gozal, D. (2008, June). Obstructive sleep apnea in children: implications for the developing central nervous system. In Seminars in pediatric neurology (Vol. 15, No. 2, pp. 100-106). WB Saunders.

Hirshkowitz, M., Whiton, K., Albert, S. M., Alessi, C., Bruni, O., DonCarlos, L., … & Neubauer, D. N. (2015). National Sleep Foundation’s sleep time duration recommendations: methodology and results summary. Sleep health, 1(1), 40-43.

Honomichl, R. D., Goodlin-Jones, B. L., Burnham, M., Gaylor, E., & Anders, T. F. (2002). Sleep patterns of children with pervasive developmental disorders. Journal of autism and developmental disorders32(6), 553-561.

Kheirandish, L., & Gozal, D. (2006). Neurocognitive dysfunction in children with sleep disorders. Developmental science9(4), 388-399.

Kurdziel, L., Duclos, K., & Spencer, R. M. (2013). Sleep spindles in midday naps enhance learning in preschool children. Proceedings of the National Academy of Sciences, 110(43), 17267-17272.

Levanon, A., Tarasiuk, A., & Tal, A. (1999). Sleep characteristics in children with Down syndrome. The Journal of pediatrics134(6), 755-760.

McDevitt, E. A., Alaynick, W. A., & Mednick, S. C. (2012). The effect of nap frequency on daytime sleep architecture. Physiology & behavior107(1), 40-44.Vaivre-Douret, L. (2011). Developmental and cognitive characteristics of “high-level potentialities”(highly gifted) children. International Journal of Pediatrics2011.

McKenna, J. J., & Mosko, S. (1990). Evolution and the sudden infant death syndrome (SIDS). Human Nature1(3), 291-330.

Paavonen, E. J., Saarenpää-Heikkilä, O., Morales-Munoz, I., Virta, M., Häkälä, N., Pölkki, P., … & Karlsson, L. (2020). Normal sleep development in infants: findings from two large birth cohorts. Sleep Medicine, 69, 145-154.

Stickgold, R., & Walker, M. P. (2005). Memory consolidation and reconsolidation: what is the role of sleep?. Trends in neurosciences, 28(8), 408-415.

Stores, G. (2001, December). Sleep-wake function in children with neurodevelopmental and psychiatric disorders. In seminars in pediatric neurology (Vol. 8, No. 4, pp. 188-197). WB Saunders.

Watamura, S. E., Donzella, B., Kertes, D. A., & Gunnar, M. R. (2004). Developmental changes in baseline cortisol activity in early childhood: Relations with napping and effortful control. Developmental Psychobiology: The Journal of the International Society for Developmental Psychobiology, 45(3), 125-133.

Delen: